NIEUWS     VERKEER      CULTUUR      WEER     SPORT     CONTACT         

dinsdag 11 november 2008

VROUWENDAG


Vandaag is het Vrouwendag. Ik dacht dat er al een Internationale Vrouwendag was geweest op 8 maart 2008. Ik heb vandaag de kop en de titel van mijn blog aangepast. Het is tijd voor verandering, 'change'. Waar heb ik dat nog gehoord?

Mannen hebben nu tijd genoeg gehad om zich te bewijzen. De meeste mannen zullen mijn betoog niet in dank aanvaarden, ze zullen mij waarschijnlijk vleierij en eigenbelang verwijten. Ze hebben ongelijk.

Wat is de realiteit? Nationaal: hoeveel procent vrouwen zitten in de verschillende regeringen? Hoeveel procent vrouwen zitten in Raden van Bestuur? Hoeveel vrouwelijke CEO's zijn er bij topbedrijven? Internationaal: hoeveel vrouwelijke wereldleiders lopen er rond?

WE'LL MEET AGAIN - VERA LYNN




Voor alle slachtoffers van oorlogen.

zondag 9 november 2008

VADERS - JOHANNA KRUIT


Knuffelen gaat niet zo goed.
Ze roepen hé joh, je weet het hè,
en lezen de krant.

Over de rand kijken ze mee
hoe je je huiswerk doet
of niet.

Je staat versteld van
wat ze weten over de wereld.
Meer dan van jou bijvoorbeeld.

Vaders zijn zo. Ze laten niets merken
tot er iets is.
Dan leer je ze kennen als moeders.


uit: 'Als een film in je hoofd', 1989

zaterdag 8 november 2008

BELGIË HEEFT EEN OBAMA NODIG - CARL DEVOS



Zou mevrouw De Gucht gehandeld hebben met voorkennis van meneer De Gucht? Het onderzoek, van parket en CFBA, zal het uitwijzen. De aantijging is zwaar, bewijzen leveren uiterst moeilijk. Zelfs indien die niet gevonden worden en Karel De Gucht dus vrijuit gaat, is er nog blijvende imagoschade. Dat is jammer, ook voor De Gucht geldt de onschuld zolang het omgekeerde niet bewezen is.

Het is jammer dat een onbewezen anonieme klacht blijvende schade kan nalaten, maar het is wel zo. De rechtstaat kan De Gucht vrijspreken, in deze angstige tijden vol ergernis zal hij door sommigen veroordeeld worden. Er blijft altijd een beetje viezigheid hangen.

Boze kilte


De politiek loopt voor geen meter, de economie slaat om, er is wantrouwen en onrust. Zo’n klimaat is ideaal voor antipolitiek en populisme. Er hangt weer schandalitis in de lucht. Elk bericht over vermeende inbreuken wordt gezien als het bewijs van de verrotting van dit corrupte politieke systeem.

De politiek draagt bij tot deze boze kilte. Het communautaire spook verjaagt het vertrouwen. De evacuatie van de staatshervorming naar de deelstaten loste niets op. Er klinken onheilspellende berichten over de communautaire dialoog. Het is niet de enige belofte die in de kou blijft staan. Veel belangrijke dossiers blijven door onwil en nijd geblokkeerd.

Open VLD verwijst herhaaldelijk naar het einde van Leterme I. Het scenario om, op het juiste moment, Verhofstadt weer naar voren te halen, klinkt steeds luider. Verhofstadt levert in zijn eentje een paar procenten op, zo wordt gedacht. Maar vooral: hij kan in Open VLD het enthousiasme, dynamisme en vertrouwen opkrikken. Alleen is het nu nog te vroeg. De roep om oude leiders illustreert de moedeloosheid van de huidige elite.

Hebben wij deze regering echt verdiend?


Open VLD zit slecht in zijn vel. Moerman nam ontslag na harde kritiek van de Vlaamse ombudsman. Dewael bleef zitten ondanks de fouten van zijn naaste medewerkers. Noch in de zaak-Slangen, noch in de zaak-De Gucht is ook maar iets bewezen, maar ook hier blijft smet rond Open VLD hangen. Op het communautaire konden ze niet scoren, in het sociaal-economische lukt het ook niet meteen. In een Vlaamse minderheidsregering telt de onrust van een Vlaamse partij dubbel.

Leterme I beslist om de begroting te herzien nog voor die in het parlement is ingediend. Om de vliegtaks terug te roepen nog voor die is goedgekeurd. Was het nu echt zo moeilijk om tijdens de begrotingsopmaak de werkgelegenheidsimpact even te bekijken? Te overleggen met de deelstaatregeringen om na te gaan of deze lastenverhoging juridisch kon en paste binnen de federale loyaliteit? Het is bijna niet meer om aan te zien. Hebben wij deze regering echt verdiend?

De begroting was een illusie, ze wordt het elke dag nog meer. Hoe vaak de premier ook mag herhalen en herhalen en herhalen dat zijn regering de financiële crisis goed oploste, Leterme I raakt niet van de indruk verlost dat ze een van de slechtste regeringen van de afgelopen jaren is.

Fundamentele malaise


Het valt trouwens nog te bezien hoe goed de regering de financiële crisis aanpakt. Het recht op eigendom, een fundamenteel principe van de rechtstaat en van de kapitalistische vrijemarkteconomie, valt niet zomaar opzij te schuiven.

Het vennootschapsrecht bepaalt dat de aandeelhouders-eigenaars zelf beslissen over het lot van hun onderneming. Tijdens de financiële vuurzee bleek dat niet mogelijk, primeerde het algemeen belang, maar het zou niet slecht zijn mocht in een parlementaire onderzoekscommissie nagekeken worden wat daar precies gebeurde. Of het echt niet anders kon. Ook dat is een bron van onvrede en boosheid. Zo kan ook die verdachtmaking verdwijnen, het verwijt dat de regering zich een Belgisch kroonjuweel uit handen liet spelen.

In deze sputterende regeringen zijn er uitzonderingen, zoals bijvoorbeeld Inge Vervotte of Jo Vandeurzen. Die laatste behoort ongetwijfeld tot de beste politici van zijn generatie, die eerste zou het kunnen worden. Maar hun werk komt moeilijk naar buiten in alle berichten over dit kwakkelkabinet. Leterme I moest ons het paarse gepruts doen vergeten, maar slaagde daar nog geen minuut in.

De malaise is echter fundamenteler. Er is een crisis van de politieke elite. Een crisis van de (top van de) particratie. In ons land is de gezondheid van die particratie doorslaggevend voor het functioneren van het hele politieke systeem.

Valkuilen zijn talrijk


Overloop de partijen: bij Open VLD is de trojka Dewael-De Gucht-Somers gekwetst, bij CD&V komt Marianne Thyssen er niet veel aan te pas en vormen Peeters en Leterme geen tandem (cfr. vliegtaks), sukkelt de partij met haar communautaire beloftes en raakt de federale regering maar niet op dreef.

Bij de SP.A is de positie van Caroline Gennez niet die van een sterke leider, de Vlaamse socialisten zoeken nog steeds zonder succes een uitweg uit hun verlies.

Hoewel Vlaams Belang er niet toe doet, zit het ook daar fout. Bij Groen! gaat het beter, maar de interne openlijke kritiek op Mieke Vogels van nog niet zo lang geleden illustreert hoe broos dat groene gevoel is. Federaal loopt de groene oppositie lekker, maar het rendement is onzeker. Bij de N-VA is de eenheid sterk, maar die partij heeft veel van haar relevantie verloren.

De enige die wind onder de zeilen heeft, is LDD. De partij heeft last van inwendige kinderziektes, de partijleider neemt risico’s, maar komt daar voorlopig mee weg. De weg is nog lang, de valkuilen talrijk.

Kunnen we?


Er zijn veel oorzaken, maar samen leiden ze ertoe dat er geen sterke leiders meer zijn die er toe doen. Net op een moment dat we ze heel hard missen.

België heeft een Obama nodig. Niet om waar hij precies voor staat.

Maar om wat hij oproept. Optimisme. Geloof. Verandering. Hoop.

Kunnen we?

vrijdag 7 november 2008

THE TEARS OF JESSE JACKSON SR.


Na het voetbal, gisteravond, zapte ik nog eens naar De Laatste Show op Eén. Luka Bloom had juist plaats genomen op het podium. Hij vertelde dat hij getroffen was door de tranen van Jesse Jackson Sr. bij de overwinningsspeech van Barack Obama. Hij voegde eraan toe: 'Het waren tranen van vreugde omwille van de historische verkiezingsuitslag, de eerste 'zwarte' president van de Verenigde Staten van Amerika maar waarschijnlijk ook van verdriet omdat zijn gedachten teruggingen naar de betreurde Martin Luther King.'

Ik was ook ontroerd toen ik woensdagavond Obama, na zijn verkiezingsoverwinning, die enorme menigte zag toespreken. Het gemak waarmee hij de juiste woorden vond zonder spiekbriefje, de perfecte timing, de begeestering naar zijn publiek toe. Dit alles bezorgde me kippenvel.

Synoniemen voor begeestering zijn geestdrift, hartstocht en bezieling. Allemaal van toepassing op die geweldige figuur die Barack Obama is. Toegegeven hij moet het allemaal nog waarmaken en er dient nog een lange weg afgelegd. Maar het stemt mij hoopvol dat een hele natie, en ook een groot deel van de rest van de wereld in de ban zijn van zijn ideeën.

Ik wil nog even terugkomen op de tranen van Jesse Jackson Sr. Toen ik het filmpje op You Tube opzocht zag ik dat de commentaren niet unaniem lovend waren. Sommigen verweten Jackson een hypocriete houding en dat zijn tranen 'gefaked' waren. Ik begreep er niet veel van tot ik op site van de Volkskrant een artikel las met als titel: "Jesse Jackson-rel toont kloof Obama en oude zwarte leiders" Even een klein stukje uit het artikel ter verduidelijking:
Het relletje begon toen vader Jackson afgelopen zondag, vlak voor een tv-interview op Fox News, over Obama praatte zonder te beseffen dat de microfoon aan stond. ‘Hij doet uit de hoogte tegenover zwarte mensen’, zei Jackson op fluistertoon. ‘Ik wil zijn ballen eraf snijden.’
Zo zie je maar dat een wenende mens niet op iedereen hetzelfde effect heeft.

Ik heb me nog nooit beter gevoeld dan iemand anders. Die racisme- en segregatietoestanden, ik kan daar met mijn verstand niet bij. Waar mijn verstand ook niet bij kan is dat twee politiekers zich kostelijk amuseren op een terrasje met het zingen van liedje over een Joods meisje dat verbrand wordt in Dachau. Ik word er misselijk van.

donderdag 6 november 2008

ANORAK - JEAN-PAUL MULDERS


Hoe komt het dat vrouwen, als je ze een compliment geeft over een kledingstuk dat ze dragen, of het nu een rokje of een cache-coeur betreft, dit compliment meestal niet gewoon in dank aanvaarden, maar geneigd zijn te zeggen : "Oh, dat ? Maar dat heb ik al jaaaren !"

Die vraag hield mij bezig terwijl ik op zaterdagochtend heidens vroeg al op de trein naar Genk zat, waar ik een lezing voor een krans toffe dames zou geven.

"Vrouwen willen er niet alleen goed uitzien, ze willen ook dat het lijkt alsof hen dat geen enkele moeite heeft gekost", vertrouwde een übervrouwelijke vriendin mij over de kledingkwestie toe. "Ze willen ravissant worden bevonden, zelfs in vodjes van zeven jaar oud. Je mag niet weten dat hun outfit met zorg bij elkaar is gezocht. Dat doet afbreuk aan hun naturel. Aan hun godinnelijke status."

Wat die vriendin zei, leek hout te snijden, hoewel het ook merkwaardig ingewikkeld was. Maar dat vond ik wel vaker van de inside informatie die zij me over vrouwen verschafte. Ze had mij eens beloofd mij alles over ze te zullen leren. Dat beviel mij wel. Voortaan had ik mijn spionne binnen de rangen van het andere geslacht. Mijn roodgelakte, hooggehakte paard van Troje.

Intussen gleed de trein verder door het landschap, zoals treinen nu eenmaal geneigd zijn te doen. Het was zo'n dubbeldekker, die in mij nog altijd het kinderlijke verlangen opwekt op de bovenste verdieping te gaan zitten en vanuit zwaluwperspectief de koetjes in de wei te aanschouwen. "Beeeeuuuuuu !", roept mijn dochtertje van achttien maanden dan altijd zeer pertinent, als ze koetjes ziet staan in de wei. Ondanks het feit dat ik jong van hart ben gebleven, vond ik mij toch net iets te opgeschoten voor deze frivoliteit. Het heertje aan de overkant, dat in de International Herald Tribune zat te lezen, zou er niet om kunnen lachen. Dat zag je.

Verderop, schuin tegenover mij, zat een jongen die eruitzag als een kapo. Hij had gaten in zijn gebit, kortgeschoren Arisch haar en zijn kop was even arrogant als zijn voeten, die hij ongegeneerd liet rusten op de bank. Het vreemde was dat hij dingen zei die niet bij zijn crapuleuze voorkomen pasten. Namen van elementen. Scheikundige formules in het Frans, zo zacht uitgesproken dat ze powetisch werden. Bérylliom. NHquatreNOtrois. Het was alsof ik naar een gedubde film zat te kijken.

"We komen aan in Bokrijk", meldde het informatiepaneel in de trein droogjes. Op dit vroege uur vond ik dat tamelijk grappig. Nooit gedacht dat je in Bokrijk ook kon wonen, achtervolgd door hoongelach. Op het perron stond een reclamebord dat beloofde : "Scherpe prijzen voor anoraks !" Ik proefde het woord : anorak. Lang geleden dat ik dat nog eens gehoord had. Een anorak, wat zou ik dáármee moeten aanvangen ? Het kledingstuk leek mij lelijk en compleet overbodig. Van alle dingen in de wereld was een anorak zowat het laatste wat ik wou kopen. Toch brachten de afgebeelde anoraks, en dan vooral de rode, een wereld van geborgenheid in mij naar boven. Via de vreemde wegen van de associatie deden ze mij aan gure winterdagen denken en aan warme melk. Aan liefde en aan passe montagnes. Aan het mooie, rode, Zwitserse zakmes dat mijn grootmoeder voor mij kocht toen ik twaalf was.

Ik zie ons nog staan, in die winkel, ik laaiend enthousiast over dat mes dat een zaagje en een schaartje en een schroevendraaier had. Er waren er zelfs met een tandenstoker en een loep, de grootste modellen, en meter beloofde dat ik er zo een zou krijgen op mijn achttiende verjaardag. Het zijn van die dingen die je onthoudt, ook al is het er nooit van gekomen.

Het mes dat ik wél kreeg, een tussensoort, bezit ik nog altijd. Soms kan ik daar verbaasd naar zitten kijken omdat het zo glad en perfect en handig is gebleven, terwijl een universum daaromheen tot puin is vervallen en grootmoe nu zelfs niet meer weet wat het betekent, zakmes - evenmin trouwens als anorak of melk. Met deze woorden blijf ik achter, alsook met de fles shampoo van Yves Rocher die zij mij kort voor haar dood heeft geschonken en waarmee ik mij na het zwemmen wekelijks de haren was, altijd even fronsend. Stimulierendes Shampoo, staat erop te lezen. Anti-Haarausfall.

De lieve ontoereikendheid daarvan.

Reacties : jp.mulders@skynet.be


woensdag 5 november 2008

dinsdag 4 november 2008

VIA CON ME - IT'S WONDERFUL - PAOLO CONTE




Lachen doet altijd deugd

maandag 3 november 2008

GEMEEN - DAAN DE LIGT



mijn broertje woont al maanden niet meer thuis
hij kreeg een mooie en een grote kamer
met heel veel beren in een ziekenhuis

ze vinden hem het liefst van allemaal
ik vind hem stom, want hij wil niet meer spelen
hij ligt daar maar op bed, z’n kop is kaal

m’n moeder zegt je broertje gaat op reis
vanuit de wolken zal hij naar ons zwaaien
hij krijgt er heel veel speelgoed, snoep en ijs

ik vind dat allemaal gewoon gemeen
want ik moet hier naar school en achterblijven
in onze kamer slaap ik helemaal alleen


Met dit gedicht won Daan de Ligt de eerste prijs in de Meander kinderpoëzie-wedstrijd

zaterdag 1 november 2008

STAND-UP COMEDIAN



Ik word een podium opgeduwd. Het licht van de spot verblindt me. Ik staar naar de gezichten op de eerste rij. Ik herken ze allemaal. Vol verwachting kijken ze me aan.

Wat doe ik hier? Wat verwacht het publiek van mij? Heb ik mij ergens voor ingeschreven? Ik zoek oogcontact met Rik op de eerste rij. Rik lacht en steekt zijn duim omhoog.
Ik kijk om me heen en zoek een uitweg. Ik doe een paar passen naar achter en bots op een wand van plexiglas. De enige vluchtweg ligt voor mij, van het podium springen en de zaal uitrennen.

Ik twijfel, de stilte is ondraaglijk, ik moet iets doen. In kleine gezelschappen kan ik mij goed uit de slag trekken en de mensen doen lachen. Maar ik moet me rechtstreeks tot mensen kunnen richten en in dialoog gaan of ik heb een aangever nodig zoals Gaston Berghmans ,Leo Martin en André van Duin, Frans van Dusschoten.

Ik voel een druppel zweet uit mijn linker oksel langs mijn flank glijden. Ik zing graag maar ik kan niet zingen. Voorlezen uit eigen werk is ook geen optie want ik heb geen eigen werk. Gedichten voordragen ook niet. Ik ken het begin van een aantal gedichten maar daar schiet ik weinig mee op. Verdomme, waarom heb ik geen bundel van mijn favoriete gedichten op zak, ik zou er een paar kunnen voorlezen om tijd te winnen.

Als ik nu niets zeg, vrees ik dat de zaal, binnen luttele seconden in koor gaat roepen: 'Marc kan het niet aan, Marc kan het niet aan, Marc kan het niet aan.'
Er schiet mij een mop te binnen die ik gisteren doorgemaild kreeg over een Turks jongetje dat Belg kan worden als het 9 op 10 haalt voor Nederlands en voor wiskunde.

Ik besef dat 'improviseren', 'afgaan als een gieter' en 'een beetje sterven op het podium' belangrijke eigenschappen zijn van een goede stand-up comedian. Ik waag het erop, wat heb ik tenslotte te verliezen?
Goedenavond dames en heren, beste vrienden hoor ik mezelf schaapachtig zeggen. Even schiet het door mijn hoofd om luidop de kreet 'Is everbody happy?' de zaal in te slingeren, kwestie van er wat sfeer in te brengen. Ik kan me nog net op tijd inhouden.

Gemaakt enthousiast begin ik te vertellen: Achmedje ging naar school en vroeg aan de meester: 'Hoe kan ik Belg worden?' De meester antwoordt:' Als je een 9 hebt voor Nederlands en een 9 hebt voor wiskunde, dan ben je voor mij een Belg.'
Achmedje gaat naar huis en begint te leren en te leren. Op het einde van het jaar heeft hij een 9 voor Nederlands en een 9 voor wiskunde.
Hij gaat naar huis en zegt dolblij tegen zijn moeder: 'mama, mama, ik heb een 9 voor Nederlands en een 9 voor wiskunde, ik ben nu Belg.'
Die moeder wordt vreselijk kwaad: 'Gij nooit Belg, gij Turk' en geeft klein Achmedje een pak rammel...

Plots realiseer ik mij dat dit mopje de racistische toer opgaat. Wat moet ik doen? Moet ik eerst uitleggen dat ik absoluut geen racist ben en dat het maar een vertelselke is, moet ik voorwenden dat ik het vervolg kwijt ben door de enorme stress die zich van mij meester heeft gemaakt en overschakelen op Baziel die in Tirol met zijn auto achterwaarts een berg opreed omdat hij bang was dat hij op de top van de berg niet zou kunnen draaien. Angstzweet breekt mij uit. Ik besluit het verhaal van Achmedje af te maken en daarna bewusteloos neer te vallen op het podium.

Even later komt zijn vader thuis en Achmedje zegt dolblij: 'papa,papa, ik heb 9 voor Nederlands en 9 voor wiskunde en ben nu Belg.' Die vader regeert woest en roept: 'gij nooit Belg, gij Turk' en ...

Het wordt zwart voor mijn ogen en ik verlies het bewustzijn. Mijn hoofd slaat met een harde klap tegen de plankenvloer en ik schiet wakker. De zoveelste nachtmerrie is mijn deel.