NIEUWS     VERKEER      CULTUUR      WEER     SPORT     CONTACT         

zaterdag 12 juni 2010

DE NIEUWE COALITIE!


De nieuwe Premier - Elio 1


De nieuwe Minister van ...


vrijdag 11 juni 2010

DE DUIVENPLAAG - LOUISE ERDRICH - ROMAN

Voor op het omslag van De duivenplaag, Louise Erdrichs compacte epos over bloed en liefde, leven en doodslag, noemt niemand minder dan Philip Roth het boek 'een overweldigend meesterwerk'. Geheel terecht.

'Het geweer ketste bij het laatste schot en de baby stond met verschrikte ogen te brullen, de handjes om de rand van het ledikant geklemd. De man ging in een leunstoel zitten en begon zijn geweer uit elkaar te halen om te zien waarom het niet wilde afgaan.'

Er zijn romans die je na de eerste twee zinnen minder dwingend op het puntje van je stoel krijgen dan De duivenplaag van Louise Erdrich. En er zijn openingspagina's die je minder de keel beklemmen dan deze, zeventien regels lang slechts, waarin de man met het geweer een grammofoon aanzwengelt en hemelse vioolmuziek de kamer in laat stromen terwijl hij zijn wapen herstelt, de baby weer in slaap valt, en ten slotte het geweer weer geheven wordt.

Er zal nog eens geschoten worden, daar ga je als lezer althans wel van uit, móét je haast wel van uitgaan - maar op wie? 'De geur van vers bloed hing overal om hem heen in de afgesloten kamer.'

Het verhaal van deze roman is gesitueerd in de Amerikaanse staat Noord-Dakota, in een gemengde gemeenschap van indianen en Europees-Amerikaanse kolonisatoren. Dat is niet voor het eerst bij Louise Erdrich, zelf half indiaanse. Zoals het ook niet voor het eerst is dat Erdrich daarbij de spanningen tussen beide bevolkingsgroepen - zeg maar gerust: het gewelddadige racisme van de laatsten tegenover de eersten - als een donkere onderstroom in haar vertelling opneemt.

Maar vermoedelijk niet eerder deelde ze al meteen op de eerste pagina zo'n klap uit (al kan bijvoorbeeld haar vroege roman Sporen (1988) zich op dit gebied wel enigszins met haar nieuwste meten).

De duivenplaag
, en ook dat is vertrouwd bij Erdrich, ontspint zich in een stoet van verhalen die van het recente verleden terugreiken tot in de negentiende eeuw, en die uit de mond van vier verschillende vertellers tot ons komen: Evelina Harp, die als meisje van gemengde afkomst opgroeit in het kleine stadje Pluto aan de rand van het indianenreservaat; rechter Antone Bazil Coutts; de oude vrouw Marn Wolde; en de vertelster van het laatste hoofdstuk, over wie we hier niet te veel willen onthullen.

De vonk die dit vuurwerk van vertellingen ontsteekt is een gruwelijke gebeurtenis die zich in 1911 heeft voltrokken. Toen is in Pluto een (niet-indiaanse) boerenfamilie bijna integraal uitgemoord: de ouders, een tienermeisje, en twee kleine jongens.

Een lynchmeute heeft daarop een klopjacht ingezet op enkele indianen en hen opgehangen (een van hen heeft het overigens wonderlijk genoeg overleefd: Evelina's oudoom Mooshum). Niet dat zij de daders waren, maar zelfs de loutere mogelijkheid van hun onschuld was voor de mannen van Pluto geen punt van overweging: het waren toch indiánen? Nou dan - allemaal dieven en boeven, dat wist toch iedereen?

Maar meer nog dan over die dubbele misdaad op zich gaat De duivenplaag , dat je een compact epos van bloed en liefde, leven en doodslag zou kunnen noemen, over de verwevenheid van de levens van hen die erbij betrokken waren, en van die van hun nakomelingen.

Hoe gaat een gemeenschap om met iets wat haar splijt met de scherpte van een bijlinslag, terwijl de mensen tegelijk door allerlei banden haast onlosmakelijk aan elkaar vastzitten? En vele decennia later kan het verleden opeens weer dwingend opstaan, zoals aan het slot zal blijken (aan het thrillerelement, hoewel niet essentieel voor het boek, heeft Erdrich zorgvuldige aandacht geschonken).

Bij dit alles komen zich ook godsdienst en de besognes van het vlees als thema's voegen - ook al geen verrassing voor wie Erdrichs vroegere werk een beetje kent. En bij alle gruwel (die voorafgespiegeld wordt door de tweede gebeurtenis waarover in het boek wordt verhaald, de duivenplaag uit de titel, en de bloederige bestrijding ervan) vergeet Erdrich niet op zijn tijd ook ruimte te laten voor een bijna frivole of komische anekdote.

De schrijfster, in wier stijl de dichteres zich af en toe laat vermoeden, kan daarbij verrassend aards uit de hoek komen. Maar bovenal is De duivenplaag een rijke en meeslepende verbeelding van de mens, in zijn duisterste, ondoorgrondelijke, maar ook zijn beminnelijkste gedaante. Philip Roth heeft het boek al 'een meesterwerk' genoemd. Ik zeg hem dat hier graag na. (Herman Jacobs - Knack)


donderdag 10 juni 2010

ZONDER ZWEMBAD EN ZITMAAIER - JEAN-PAUL MULDERS


Het blijft opmerkelijk, hoeveel vlotter dan mannen vrouwen erin slagen zich aan een plots verbeterende weersgesteldheid aan te passen. De zon breekt amper door de wolken of daar zie je de fijn geschoeide voetjes al, de gladde, voorgebruinde kuiten en de zonnebrillen die elegant in de haren worden gestoken en die, zo leert althans de ervaring, een early warning zijn van gevaar. Vrouwen die zonnebrillen in hun haren prikken zijn, vraag me niet waarom, doorgaans minder katje-om-zonder-handschoenen aan te pakken dan vrouwen die het verschijnsel zonnebril om louter utilitaire redenen aanwenden.

Wij mannen staan doorgaans nog te knipperen tegen het licht, logge en langzame kwaakdieren die de grot waarin ze hun winterslaap doorbrachten nog niet geheel zijn ontgroeid, als daar die verpletterende uitbraak is van wat weleens vrouwelijk schoon wordt genoemd. Elke nieuwe lichting daarvan lijkt trouwens nog verpletterender te worden, al kan zulks aan mijn leeftijd liggen die nu toch wel onstuitbaar en schoksgewijs klimt, als een met helium gevulde ballon die op een mooie zomerdag per ongeluk werd losgelaten door een argeloze kinderhand. Als ik ergens spijt van heb, dan is het dat mijn prille jeugd lag vóór de verstrengeling der volkeren, die tegenwoordig bezig is zulke exotische en spannende vruchten af te werpen. Gisteren nog zag ik een hoogpolige Indische aan de zijde van een stoere Congolees en ik vroeg mij af wat voor prachtkind daaruit zou volgen. Misschien is het dit wel het meest probate middel tegen racisme, het ultieme failliet van Dewinter : dat men geen haat voelt maar wil versmelten. Dat de begeerte het wint van de schrik.

Met dat versmelten moet je wel uitkijken want nu al zijn er, van de Veldstraat tot de Rue Neuve, overal overal mensen, die als ratten uit spelonken en mangaten kruipen en die ook weer niet zullen kunnen nalaten zich voort te planten. Dat is uiteindelijk wat elke soort wil : de planeet zoveel mogelijk vullen met exemplaren van zichzelf. De kat wil dat er zoveel mogelijk katten in de wereld komen, de hond wil hem verhonden, het zwijn wil hem verzwijnen, de pieterman wil hem verpietermannen en de eikelsnuitkever wil hem, tja, vereikelsnuitkeveren zeker. Zo zijn levende wezen nu eenmaal geprogrammeerd en onze soort is daarin momenteel erg bedreven, voor de tijd dat het duurt en als ze niet te lelijk doen in Korea of daarbuiten.

Dit alles bedenk ik terwijl ik mij, veel te warm en te zwart gekleed natuurlijk, per fiets naar de Handyman spoed om er nieuwe zakken te kopen voor een stofzuiger van het type Moulinex Powerclean 1350. In mijn hoofd speelt dat muziekje waarin Arno zingt dat de mensen dansen en spruitjes eten in de straten van Brussel. Minder erg dan de oorwurm Dos Cervezas van Tom Waes, en toch zou ik het uit mijn hoofd willen schudden als water dat na een zwempartij tegen je trommelvlies blijft ronken. Ondanks het feit dat gewaardeerde vrienden van mij hun kind naar Arno hebben genoemd, heb ik het niet zo voor de wannabe marginaal. Dat geposeer alsof je altijd uit de lucht komt gevallen of toch minstens uit je bed getuimeld, nog met een kater worstelt en om een sigaret moet schooien, terwijl je allang een oppassend leven leidt en je schaapjes op het droge hebt.

Maar goed, de zon schijnt dus en zelfs voor alle mensen en in de krant staat een bericht over een exhibitionist die strafvermindering vraagt omdat hij klein is geschapen. "Het was al donker en mijn cliënt zijn instrument is bepaald geen wereldwonder", aldus zijn advocaat. "Veel zal er dus niet te zien geweest zijn."

Ik moet daarmee lachen, en tegelijk is het triest. De wereld is hilaritragisch, zoals ook het verhaaltje van de man die met zijn zitmaaier het lege zwembad in is gedokkerd. Zulks zal mij niet vlug overkomen, bedenk ik trots. Ik bezit zwembad noch zitmaaier. Het bevestigt mijn mening dat stoffelijke spullen voornamelijk kapot kunnen gaan en je kopbrekens bezorgen, zodat je je leven maar beter eenvoudig kunt houden en af en toe naar een preekje van dominee Gremdaat luisteren, die elke zaterdag in Ongehoorde Meningen valt te beluisteren en van wie ik sinds kort een fan ben - zelfs nu ik weet dat hij de stem van Bert in Sesamstraat deed. Ook op het net is hij aan het werk te zien (www.gremdaat.nl). U moet maar eens kijken, mocht u daar zin in hebben en getroffen worden door een ogenblik waarin u een onweerstaanbare trek heeft in Cheese&Onion-chips van Pringles, of gewoonweg schrik voelt voor een onbestemde leegte.

jp.mulders@skynet.be


woensdag 9 juni 2010

maandag 7 juni 2010

QUE FAIRE? - CHARLES DUCAL



Op een middag verscheen hij in de stad,
het gezicht bleek, de jas versleten,
als teruggekeerd uit het graf.

Wij stonden opzij, wat verlegen,
bang dat hij opnieuw zou gaan preken
Wij hadden een baan en weinig tijd,

maar waren zijn leerling geweest,
lang geleden. Dus, bang voor verraad,
sloegen wij hem op de schouder

en konden nog altijd de bijbel
citeren en spraken nog altijd de taal
van de opstand, het groot ideaal.

(Alsof hij nooit dood was gegaan.)

En tikten met spijtige vingers
op onze horloges, opgelucht
dat hij zweeg, ons nauwelijks herkende.

's Avonds in de kroeg, de hele bende.
Peter bootste hem na (goddelijk!):
voorwaar, voorwaar...

Het werd laat,
de zon kwam al op.
Een van ons imiteerde een haan.


uit: In inkt gewassen - Uitgeverij Atlas, 2006


zaterdag 5 juni 2010

RACHMANINOV - PIANOCONCERTO NO. 2 - DENIS KOZHUKHIN





Dat hij de Elisabethwedstrijd won, is Denis Kozhukhin (23) in geen geval naar het hoofd gestegen. 'Nu vooral nieuw repertoire instuderen', zegt hij.

Bij de Kozhukhins thuis was het al muziek wat de klok sloeg. Denis' vader is componist en dirigent van kinderkoren. Zijn moeder, die dertien jaar geleden overleed, was zijn allereerste pianolerares. Ook Denis' jongere broer bereidt zich voor op een leven als professionele pianist.

Tot voor kort studeerden beide broers bij Dmitri Bashkirov in Madrid. Momenteel woont de wedstrijdwinnaar in Stuttgart, waar hij binnenkort zijn masterdiploma in de wacht wil slepen. (lees meer)

donderdag 3 juni 2010

DE MAN VAN HONDERD - JEAN-PAUL MULDERS


Op 15 mei 2008, om 11:07 uur, klikte ik op 'verzenden' en bereikte mijn e-mail Jean-Paul Mulders met de vraag of ik wekelijks zijn column mocht publiceren op mijn blog. Het positieve antwoord kwam al om 11:18 uur. Hij voegde er nog aan toe dat hij zich vereerd voelde en zich helemaal kon vinden in mijn motto: 'Wie niet twijfelt leeft niet'. Ik was opgetogen.

Nu zijn we twee jaar en honderd columns verder. Dit jubileum wou ik niet zomaar laten voorbij gaan. Ik ken Jean-Paul nauwelijks en toch voel ik mij erg met hem verwant, een gelijkgestemde. Ik heb mij gebaseerd op de tien hieronder vermelde fragmenten. Of mijn beeldvorming juist is laat ik in het midden.

Die twee gezichten op de foto, wat ligt daar allemaal tussen ? Drie miljard hartslagen, een wereldoorlog met vijftig miljoen doden, maar ook dagelijkser dingen zoals weerpraatjes van Armand Pien, vijfhonderd kommen tomatensoep en een onschatbaar aantal stroken zonlicht op de muur van het terras. De geur van verse regen, die je hart vult met verwachting zonder dat je weet waarom. (uit: TWEE MEISJES – mei 2008)

Op het graf komt een steen, en een bescheiden bosje. Flarden van gewijde teksten komen in mij op, maar ik verdring die meteen want liturgie staat debiel bij de dood van een kat. Om Charon te betalen, leg ik haar laatste dode muis in de kuil. (uit: HEILIGE STOFFIEN – mei 2008)

Gelukkig zijn er vrienden om mee in het park te zitten, zoals gisteren. Er waren gesprekken over Darfour en de mannelijke okselbeharing, er was cava, er was een kind van wie het eerste woordje auto was. Ik betrapte mij erop niet graag te zouden hebben dat het eerste woordje van mijn kind auto was. Er zijn zoveel mooiere woorden, te weten bijvoorbeeld immer en vadsig, hoewel ik niet geloof dat er veel kinderen rondlopen die dat als eerste woordje hadden. (uit: KOPSTAART – augustus 2008)

De ergste crisis in honderd jaar, hoor ik Leterme vertellen. Honderd jaar ! Dat is langer geleden dan het zinken van de Titanic. Dat is langer dan Money money money van Abba bestaat. Dat is langer geleden dan zowat alles waaraan ik geregeld denk. Het vreemde is dat we deze stormen op de financiële markten rustig kunnen aanschouwen, vanuit een comfortabele fauteuil, als een spannende film. Schijnbaar veilig, in de warmte, hoor ik in het nieuws hoe experts zich afvragen of Zwitserland failliet zal gaan. Mocht je die mogelijkheid enkele weken geleden geopperd hebben, vingers hadden op slapen getikt als frenetieke spechten. (uit: IEDEREEN FAILLIET – november 2008)

Dat het met de menselijke soort niet echt iets zal worden, lijkt intussen stilaan duidelijk. We bederven onze intelligentie telkens weer met hebzucht, corruptie en kortzichtig gegrabbel. Zo delven we dapper ons eigen graf. Of zijn er toch twee soorten mensen, de asociale egoisten en de mensen van goede wil ? Je zou het haast denken, want van die laatste kom ik er dagelijks een heleboel tegen. Kunnen zij het tij nog keren ? (uit: HOOP – februari 2009)

Fuck you, fuck you very, very much zong Lily Allen op de radio, met haar allerliefste stemmetje. Door het contrast tussen inhoud en vorm kwam de boodschap extra krachtig over. Iemand zo schattig iets lelijks horen zeggen, daar word ik vrolijk van. Zon brak door de wolken, van die indrukwekkende lichtzuilen die scheef op het landschap staan en die ik voor het eerst heb gezien in Hofstade, in de tijd dat de dieren hun tenen nog kuisten. Ik begon er zachtjes van te fluiten. (uit: HEIDI VAN DE ALPENWEIDE – mei 2009)

"Tot de hoofddoeken was ik nog helemaal mee", zegt L. "Ik lig er niet wakker van of zo'n meisje op school of in het stadhuis een hoofddoekje draagt. Integendeel, ik vind het zelfs mooi, want het benadrukt de schoonheid van haar ogen. Bij de boerkini heb ik echter afgehaakt. Wat zal de volgende stap zijn ? Dat wij, uit 'respect', ook volledig aangekleed van de wipplank moeten springen ? Nu al heb je in Groot-Brittannië zwembaden waar àlle zwemmers zich moeten kleden naar de voorschriften van de islam. Voel jij je, eerlijk, happy als je hoort dat 55 procent van de Antwerpse en 33 procent van de Gentse kleuters thuis geen Nederlands spreken ?" (uit: KLOKKENDEMOCRATIE – september 2009)

Zorgwekkend wordt het als politici de rol van stand-upcomedians overnemen, zoals onlangs die Michel D., mijn god wat een ramp. Jolig genoeg, daar niet van, maar als ik zo'n gezwemvliesde clown het spreekgestoelte zie opwaggelen dan word ik onpasselijk. De senatoren in het halfrond, de schaarse die toevallig voorhanden waren, die keken niet verbijsterd neen, die zaten ook maar wat te gniffelen - beducht als zij waren voor ernst die stemmen kon kosten. (uit: HEEMKUNDIGE EN WANDELAAR – januari 2010)

Het geluk ligt in een oogopslag, in een speelgoedlocomotief die je na dertig jaar weer aan de praat krijgt, in de geur van gesmolten soldeersel, in Janneke en Jip, in schoenen die duurzamer blijken dan je ooit had verwacht, in de flauwe flopmopjes van je dochtertje, in de honger als je uit het zwembad komt, in een zin die je vijf keer leest in een boek, in een ginkgoboompje dat na de winter onverwacht weer blaadjes krijgt, in het smaakverschil tussen een jonge Orval en een die al zes maanden heeft kunnen rijpen, in je vriendin die je in de schemer aan haar elegante tred herkent - en in zo nog een paar duizend onbeduidende dingen. (uit: SMAAKVERSCHIL – maart 2010)

Gefascineerd laat ik de foto's door mijn handen gaan en zie ons in Londen, de puberteit van mij afspattend. Mijn vader in de tuin, in een ligstoel onder de dennen, met een blik die nog iets jongensachtigs heeft, maar tegelijk verraadt dat hij zijn wereld kent. Op enkele foto's staan wij met gesloten ogen want je moest wachten toentertijd tot ze ontwikkeld waren, en hopen dat het goed was. (uit: 100 ASA – mei 2010)

jp.mulders@skynet.be

woensdag 2 juni 2010

dinsdag 1 juni 2010

"GEEN SCHULD, WEL STRAF" - LIEVEN NOLLET - FOTOGRAAF


“…Gegrepen door de ernst van dit maatschappelijke vraagstuk, ‘de huidige internering in België’, en meer nog door de dramatiek van de individuen die deze internering ondergaan, trok de Gentse fotograaf Lieven Nollet, in samenspraak met het Museum Dr.Guislain, op pad.

Hij sprak met geïnterneerden in verschillende gevangenissen ( Turnhout, Gent, Antwerpen, Brugge ) , in de Inrichting tot Bescherming van de Maatschappij te Paifve en in psychiatrische centra met afdelingen voor geïnterneerden ( Zelzate, Bierbeek ) maar ook met zij die reeds zelfstandig wonen. Nollet portretteerde deze mensen. Zijn ‘modellen’ waren zeer bereid om met de fotograaf mee te werken, waren verheugd op interesse in hun levensomstandigheden, hun levensverhaal, hun ellende en hun dromen. Lieven Nollet vat in zijn foto’s de kern van hun dramatiek.

De fotograaf is met dit project niet aan zijn proefstuk toe. In 2005 was er de tentoonstelling en de publicatie Inside die inzoomde op de ‘architectuur’ van de Belgische gevangenissen. Lieven Nollet citeert graag de Amerikaanse schilder Edward Hopper: "De waarheid zit in het zichtbare. Wanneer men het onzichtbare wil begrijpen, moet men zo diep mogelijk indringen in het zichtbare. In essentie zal het onzichtbare zichtbaar gemaakt worden door de werkelijkheid". Geen schuld, wel straf is een aangrijpende reeks foto’s en getuigenissen: een overrompelende confrontatie van het zichtbare met het onzichtbare.

De ruim 100 foto’s zijn deze zomer te zien in het Guislainmuseum. Bij de tentoonstelling verschijnt een catalogus (N/F), 120 p. met de foto’s van Lieven Nollet en teksten van onder andere juristen, psychiaters en hulpverleners, fotorecensenten, zoals Walter Van Steenbrugge, Johan De Vos, … “ (Patrick Allegaert, Artistiek leider Museum Dr.Guislain).

Klik hier voor de reportage in Ter Zake: Lieven Nollet fotografeert al drie jaar geïnterneerden. ... Lieven Vandenhaute is er samen met hem een kijkje gaan nemen.

Van 22 mei tot12 september 2010 - Museum Dr.Guislain, Gent.