NIEUWS     VERKEER      CULTUUR      WEER     SPORT     CONTACT         
Posts tonen met het label Herinneringen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Herinneringen. Alle posts tonen

dinsdag 16 september 2008

DE JAREN VIJFTIG



Het geeft een raar gevoel om vijftig jaar terug in de tijd te kijken. Een halve eeuw, niet te geloven. Er heeft me ooit een bejaarde mevrouw gezegd: 'Hoe ouder je wordt hoe vlugger de tijd gaat.' Ik kan niet anders dan het beamen.

Ik ben een zondagskind en tevens een
'ongelukje'. Mijn ouders hadden niet echt meer gerekend op mijn komst. Mijn moeder was bijna negenendertig en mijn vader vierenveertig. Het was dubbele pech: als ze dan toch nog gezegend moesten worden met een kindje hadden ze op een dochter gehoopt. Een meisje is altijd interessanter in de commerce, in die tijd toch.
Soit, mijn zesennegentigjarige moeder is nu heel blij dat ik er ben. Ze zei het deze week nog: 'Marc, je zied e fraie joengne dai zo goed vo mie zorgt en ton te weten dai eigenlik niet gewild was.' Mijn Izegems is niet meer wat het geweest is, ik ben er te lang weg
.

Wat herinner ik me nog van de jaren vijftig? Een van mijn vroegste herinneringen is de trap die leidde naar de ingang van een Kortrijks ziekenhuis. Ik was geboren met een wijnvlek op mijn rechter wang. Daar pasten ze een revolutionaire techniek toe: met een hete naald zouden ze de wijnvlek wegbranden. Het resultaat is te vergelijken met wat er over blijft als je je wang eventjes tegen de gloeiende pot van een Leuvense stoof houdt! De aanblik van die trap deed me in tranen uitbarsten.

Wat ik me ook nog goed herinner is dat ik de zes jaar van mijn lager onderwijs iedere dag naar de Mis ben geweest. Vanaf het derde leerjaar bleef ik 's avonds in 'de studie' tot zes uur dertig.
Het was de tijd dat de meesters losse handen hadden en altijd gelijk. Er was een meester die sloeg met twee houten regels (liniaal) en wel op een heel speciale manier: je moest voor hem gaan staan, voorover bukken en je hoofd tussen zijn knieën duwen. Voor straf kreeg je dan een soort tromgeroffel op je zitvlak. Het is je vergeven meester Deblauwe.

Toen ik een jaar of zes zeven was, hielp ik op zondag afwassen met mijn zeven jaar oudere zus. Ik kreeg er vijf Frank voor. Ik denk er met plezier aan terug want we luisterden altijd naar de Top 5 op Radio Luxemburg: Fats Domino, Bill Haley & the Rockets, Paul Anka, Brenda Lee, Franky Avalon, Fabian... Het was een leuke tijd.

P.S.: De dochter van mijn coiffeur in die tijd, Noë, was getrouwd met een Waal en die reed met een Renault 4 chevaux als op de foto bovenaan. De motor bevond zich achteraan en de motorkap kreeg bij ons de bijnaam 'de vertrekdeure'. (Het 'vertrek' was in Izegem een buitentoilet met schuine latjes in de deur)


dinsdag 24 juni 2008

WERKEN, EEN LEVEN LANG



Van in mijn prille jeugd hebben mijn ouders me laten verstaan dat het vanzelfsprekend is de handen uit de mouwen te steken. We hadden een bakkerij en werken was even gewoon als eten en drinken. Treuzelen, drentelen en lanterfanten stonden niet in mijn vaders woordenboek. Het moest vooruit gaan en het ging nooit snel genoeg. Bij de vraag om een doos ananas uit de kelder te halen hoorde ik hem halverwege de trap al roepen: 'Woar bluuf je gie zolange?'

Toen ik veertien werd mocht ik mijn oudere broer aflossen om de nacht van zaterdag op zondag te helpen met mijn pa. Ik was zo fier als een gieter. We begonnen om twaalf uur dertig en ik mocht om zes uur mijn bed weer opzoeken. Zeven jaar heb ik het volgehouden tot mijn ouders in 1972 op pensioen gingen. Ik heb zelden gemopperd.

We hadden een kleine leefruimte die geprangd zat tussen de winkel en de bakkerij. Bij het middageten maakte mijn vader, na iedere hap, gedurende het kauwen, een constante heen en weer beweging met zijn vork. Hij had ondertussen de hele tijd de koekoeksklok in de gaten omdat er nog iets aan het bakken was in de oven. Om de klok te zien moest hij vooroverbuigen en naar rechts kijken. Plots liet hij dan zijn vork vallen, sprong als een veer van zijn stoel en liep de bakkerij in. Dit tafereel kon zich een paar keer voordoen per middagmaal.

Je kunt je afvragen wat de gevolgen zijn voor een kind. Een van mijn slechte eigenschappen (de enige eigenlijk - grapje) is dat ik weinig geduld heb. Het lijkt me te gemakkelijk je onhebbelijkheden helemaal te wijten aan je opvoeding.
Niettegenstaande ik geen emotionele band heb met mijn ouders heb ik geen klachten over mijn opvoeding. Zij hebben hun best gedaan en dat waardeer ik. De band is wat hij is. Ik kijk regelmatig naar een mooie foto van mijn vader in zijn jonge jaren. Ik ben erdoor vertederd. Hij was knap, een 'jeune premier' van nauwelijks een meter zestig. Ik heb me laten vertellen dat hij schoenen droeg met extra hoge hakken.

Kun je je dat voorstellen: werken van 's morgens tot 's avonds, een heel leven lang? De winkel was doorlopend open van half zeven 's morgens tot zeker acht uur dertig 's avonds
. Tot de verplichte sluitingsdag in 1962 werd de bakkerij geen enkele dag gesloten. Ik heb mijn ouders éénmaal vier dagen vakantie weten nemen. Het was midden in de week want de zondag was de drukste dag.

Voor mijn vader was er weinig vertier. Een keer in de week gaan kaarten bij 'Wilfried' of naar het 'Clubje' bij Albert Sercu. Toch heb ik hem nooit horen klagen. Hij leefde voor zijn werk, hij deed het met plezier en hij was een meester in zijn vak.

dinsdag 29 april 2008

PEUGEOT 203 - 1959

In 1959 kocht mijn vader bij een garagist in Meulebeke zijn eerste auto. Een Peugeot 203 berline, bouwjaar 1950, zwarte kleur met schuifdak! Hij was toen 52 jaar en had nooit eerder achter het stuur plaatsgenomen. Van een verplicht rijbewijs was toen nog geen sprake. De garagist heeft mijn vader in een paar 'lessen' de knepen van het vak geleerd. En dat was het.

Op een dag rijden we van Izegem naar Pittem. Mijn pa aan het stuur - uiteraard - mijn broer van 11 jaar naast hem op de doorlopende voorzetel en ikzelf, toen 8 jaar op de achterbank, ruimte zat. Ter hoogte van Ingelmunster slaan we over de spoorweg linksaf richting Brugge. De brug over het kanaal Roeselare - Ooigem ligt op ongeveer 300 meter voor ons. Het geluid van de motor neemt een onrustwekkend volume aan en we stevenen met een serieuze vaart op de brug af. Op de brug verliezen we vlug snelheid en we bereiken de top net niet. Mijn oudere broer begint te panikeren als mijn vader de auto achteruit van de brug laat glijden. Pa probeert mijn broer te kalmeren en sust hem met de uitleg: 'De auto was niet genoeg gelanceerd.' (Lanceren is een term die gebruikt wordt als het over raketten en torpedo's gaat)

Tweede poging: de acceleratie is niet in evenredigheid met het lawaai die de motor maakt. Een paar meter voor het hoogste punt van de bult komt de Peugeot tot stilstand. Mijn broer is in alle staten en springt uit het voertuig, daarbij geholpen doordat het portier naar voor opengaat. Met een open rechter portier bolt de auto weer gezapig achteruit. Ik moet uitstappen om de deur dicht te gooien. Deze hilarische situatie geeft geen noemenswaardige verkeersproblemen. De files moesten nog uitgevonden worden.

Derde poging: de lancering zal nu gebeuren vanop vijfhonderd meter. We bereiken heelhuids de overkant van de vaart. Daar pikken we mijn, nog steeds aangeslagen, broer op.

In 1960 kocht mijn vader een splinternieuwe Ford Taunus 16m, Saxomat.

vrijdag 4 april 2008

DEMENTIE EN AUTO RIJDEN - VERVOLG EN SLOT

Wat vooraf ging: mijn vader vertoonde ernstige tekenen van beginnende dementie. Eén ervan was flagrant het rode stoplicht negeren met zijn Ford Taunus 17m Automatic (bouwjaar 1970). Zijn auto was het laatste dat ze hem zouden afnemen. Hij was toen drieëntachtig en zijn auto twintig jaar. Mijn moeder begreep niet goed wat er in haar man zijn hoofd omging en stond machteloos toe te kijken. Er moest iets gebeuren. Ik slaagde erin mijn vader te overtuigen om hem, ter observatie, te laten opnemen in het ziekenhuis. Het verdict luidde: multiple infarcten in de voorste hersenkwab. Die vijf dagen in het ziekenhuis was hij totaal de kluts kwijt. Hij kroop in het bed van iemand anders, deed kleren aan die niet van hem waren. De angst was op zijn gezicht te lezen. Heel pijnlijk allemaal.

Mijn vader was uiteraard niet meer in staat om zelf te rijden. Geen nood, mijn moeder had ook een rijbewijs (zo maar gekregen) en 'wat' rijervaring. De automatische versnellingsbak maakte het allemaal nog makkelijker, fluitje van een cent.
In de namiddag bereikten ze veilig het appartementsgebouw waar ze woonden. De garages bevonden zich achteraan het gebouw, in blokken van acht tegenover elkaar. Een belangrijk detail.
Mijn ma parkeerde de auto in de garage en ze stapten beiden uit. Mijn pa wierp nog een blik op de Taunus en zag dat hij redelijk schuin stond. Dat kon niet besloot hij! Hij vroeg de sleutels aan mij ma en zette zich achter het stuur. Mijn moeder keek argwanend toe en posteerde zich schuin achter de garage. De versnellingshendel bevond zich aan het stuur. Mijn vader bracht met een simpele klik de hendel van de N naar de R. En toen gebeurde het!

Ik vermoed dat mijn vader plankgas heeft gegeven. Hij vloog met een noodgang naar achter, raakte eerst de rechter ijzeren stijl van de Hörmannpoort, miste mijn moeder op een halve meter en beukte tenslotte in op de gesloten poort van de garage die zich achter de zijne bevond. De Ford boorde zich anderhalve meter in de garage van de buurman. De schade viel al bij al nog mee. Er stond geen auto in de garage, alleen een splinternieuwe peperdure koersfiets. Die was tegen de achterwand gekatapulteerd.

Toen mijn vader uitstapte keek hij mijn moeder aan op een manier alsof het allemaal haar schuld was. Toch was er een klein mirakel gebeurd: niemand was gekwetst en het probleem dat mijn pa nog achter het stuur zou plaats nemen was opgelost. Elk nadeel heb zijn voordeel zou Henk Houwaert gezegd hebben.

zaterdag 22 maart 2008

PASTORALE - DADIZELE - 1967

Gisteravond was ik te moe om te lezen en lag ik languit naar het programma 'Zo is er maar één' te kijken. Hoogstaand was het allemaal niet. Toch chapeau voor Nicole en Hugo die een zeer geslaagde versie brachten van Pastorale (Ramses Shaffy & Liesbeth List - Tekst: Lennaert Nijgh, Muziek: Boudewijn de Groot). Goed gezongen en op momenten ontroerend. Die mensen zien elkaar echt graag. Terechte winnaars overigens. Maar wat deed die Sam Gooris daar?

Bij het horen van dit lied gingen mijn gedachten vrijwel onmiddellijk naar het jaar 1967 en naar de Heilig Hartstraat in Izegem waar ik samen met mijn vriend Guido Azou voor het eerst dat schitterende nummer hoorde. Ik was toen zestien, Guido was een paar jaar jonger en zijn ouders waren allebei doof. We reden geregeld samen met de fiets naar Dadizele, meer bepaald naar Dadipark. Dadipark was het Bellewaerde Park van die tijd. Een enorm groot speelplein omringd door op hoge palen gemonteerde houten hangmatten. Je kon je er steendood op lopen.

Dadizele was toen, en nu nog altijd, een bekend bedevaartsoord met een mastodont van een basiliek: Onze Lieve Vrouw van Dadizele.
In de humaniora gingen we ieder jaar, in de maand mei, op bedevaart naar Dadizele. Te voet! Gedurende de vijftien kilometer lange tocht baden we driemaal - luidop - een rozenhoedje. Een rozenhoedje is een gebedssnoer met vijf grote en vijftig kleine kralen. Met andere woorden baden we vijftien Onze Vaders en honderdvijftig Wees Gegroetjes. In die tijd keek geen mens op toen ze een zeshonderdkoppige stoet jongens luidop biddend zagen passeren.
Na een viering van meer dan een uur in de basiliek konden we ons een paar uur gaan uitleven op het speelplein. Dat was nog eens genieten. Gelukkig bracht de bus ons terug huiswaarts. Al bij al een geslaagde uitstap!

Mijn geloof ben ik allang verloren mede door een dertienjarig verblijf in een streng katholiek college. Vandaar ook mijn groot respect voor een man als Hugo Claus die in de jaren zestig - toen de macht van de Kerk op zijn toppunt was - al openlijk kritiek gaf, vooral op het schuldgevoel waarmee het katholieke geloof de mensen opzadelde.
Daar Claus, in de tijd, nog liedjes heeft geschreven voor Liesbeth List is hij de perfecte persoon om dit stukje af te sluiten. Ik moet dringend Het verdriet van België eens lezen.

woensdag 12 maart 2008

PATRICK DE SPIEGELAERE 1961-2007





Only The Good Die Young

maandag 25 februari 2008

PATISSERIE J.D.V. - IZEGEM - 1937-1972

We hadden thuis een bakkerij, meer bepaald een 'Patisserie'. Brood werd er nauwelijks gebakken, ik denk een dertigtal broden per dag. Pistolets en boterkoeken werden alleen maar op zondag gebakken. De hoofdbezigheid was het maken van fijne patisserie, vooral op 'commande'. Terloops gezegd: de kwaliteit die mijn vader maakte is nu niet meer te vinden niettegenstaande je twee Euro betaalt voor een gebakje. Ik zal het een andere keer hebben over kwaliteit 'tout court'.

Er waren vier kinderen, een meisje (de oudste) en drie jongens. Het was in die tijd nog de gewoonte dat kinderen hielpen in de zaak van hun ouders. Er werden daar zelfs geen vragen bij gesteld. Ik herinner mij, toen ik veertien werd, dat ik zat te popelen om mijn vader te mogen helpen in de nacht van zaterdag op zondag. De zondag was immers de drukste dag. Om middernacht stonden we op. Ik was een goede 'opstaander', mijn vader moest maar één keer roepen en ik sprong als een veer uit mijn bed. Tegenwoordig duurt het wat langer.

Het atelier (bakkerij) was ouderwets met een prachtige oven (een Depasse - die firma bestaat nog altijd) tegen de achterste muur geplaatst. Drie ovens boven elkaar waar op steen gebakken werd. Er werd gestookt met zagelingen (zaagsel), schavelingen (schaafkrullen) en briketten (blokken geperst steenkoolgruis). De zagelingen en schavelingen werden wekelijks gebracht door twee mannen van de houtzagerij Callens. De oven moest iedere dag opnieuw aangestoken worden.

In de winter was het bijtend koud in de bakkerij. Om de ergste koude wat te milderen zette mijn vader een grote bloempot ondersteboven op een gasvuur! Na een uurtje kregen we warm van de hitte van de oven en van ... hard te werken.
Mijn vader had niet veel geduld, het moest vooruit gaan. Ik herinner me nog dat ik van een grote klomp deeg kleine stukjes, met een gelijk gewicht, moest afstekken die mijn vader dan met zijn twee handen 'opbolde' tot pistolets. Ik moest die stukjes eerst wegen op een ouderwetse weegschaal en er soms nog een stukje bij- of afdoen. In het begin kon ik niet volgen en dat maakte mijn pa zenuwachtig.

Van mijn veertiende tot mijn eenentwintigste heb ik de zaterdagnacht geholpen met mijn vader. Tijd om uit te gaan was er alleen de zondag. Ik weet dat ik er aantal keren de pest in heb gehad om te helpen, vooral toen mijn vrienden gingen stappen. Toch kijk ik tevreden terug op die periode. Ik ben er mijn ouders dankbaar voor omdat ik op die manier geleerd heb dat niet alles vanzelfsprekend is en ik heb er mijn plan leren trekken.

De foto dateert van 1949. In de achtergrond staan mijn ouders geleund tegen de ovenkast. Je ziet duidelijk dat mijn moeder groter is dan mijn vader. Op de voorgrond de meid Henriette met daar achter de vollegast Julien. Een paar jaar later zijn ze getrouwd en een bakkerij begonnen in het bloemendorp Kanegem.

zaterdag 9 februari 2008

ALIDOR - 1957

Thuis hadden we een bakkerij. Toen ik geboren werd hadden we nog personeel: een volle gast, Joris, die hielp in de bakkerij en Henriette als hulp in het huishouden. Bij mijn geboorte was Henriette, een jonge vrouw van achttien, net bij ons ingetrokken. Ze zou zes jaar bij ons blijven en toen trouwde ze met Joris en begonnen ze een eigen bakkerij.
Henriette heeft een belangrijke rol gespeeld in mijn eerste zes levensjaren. De liefde en de warmte die ik in die eerste levensjaren van haar heb mogen ervaren zijn volgens mij bepalend geweest voor wie ik later ben geworden.

Maar vandaag wil ik het hebben over haar vader, Alidor, een doodbrave man. Hij is was klein van gestalte en aan de zwaarlijvige kant. Hij had een rond gezicht, weinig haar en blozende kaken. Hij droeg altijd een blauwe werkbroek met bijpassende blauwe vest.

Toen ik klein was weende ik gemakkelijk. Ik was heel gevoelig (nog altijd trouwens). Ze noemden mij een 'trunte'. Al lachend dreigden ze dikwijls met de woorden: "Als je nog veel weent zal Alidor je trunte komen uithalen." Ik weet zeker dat mijn ouders toen niet beseften wat voor impact hun dreigement op mij had.
Op een dag, ik zat in het eerste studiejaar, stapte ik via de winkel onze kleine leefruimte binnen. Ik schrok me rot als ik Alidor, vlak voor mij in de zetel, zag zitten. Ik was er echt van overtuigd: nu gaat het gebeuren, Alidor zal met een speciaal daarvoor gemaakte tang mijn trunte uit mijn keel verwijderen. Alidor was zich echter van geen kwaad bewust.
Die scène is op mijn netvlies gebrand. Bijna veertig jaar later, toen ik een serieuze midlife crisis doormaakte en even in therapie ben geweest heeft het relaas van dit voorval mij heel sterk geëmotioneerd.

Ik verwijt mijn ouders niets maar ik vermoed dat er zich wel meer ouders bezondigen aan het onbewust 'uitlachen' van hun kinderen. Met dit stukje wil ik alleen waarschuwen dat de gevolgen van zo'n aanpak niet te overzien zijn.

zondag 3 februari 2008

DEMENTIE EN AUTO RIJDEN

Het eerste opvallende teken van dementie merkte ik bij mijn vader op toen hij mij op een zondagmorgen vroeg of ik zin had in een aperitief. Hij bood me een tot aan de rand met porto gevuld bierglas aan. Het was een tragikomische scène. Bij zo een voorval weet je onmiddellijk dat er iets serieus mis is. Hij was toen eenentachtig jaar.
Mijn moeder herkende die tekenen niet, of wou ze niet herkennen. Ze vertelde dat mijn pa al tweemaal flagrant met de auto door het rode licht was gereden. De eerste keer had hij het rode stoplicht gewoon genegeerd. De tweede maal stond er een auto te wachten tot het groen werd en is mijn pa gewoon voorbij de wachtende auto gereden en het kruispunt gepasseerd. Ik krijg nog altijd rillingen als ik eraan denk. Hoeveel keer kan je, zonder brokken te maken, een rood licht negeren? Wat ik toen niet begreep was dat mijn moeder na het eerste rode licht incident alles op zijn beloop liet en zelfs geen poging deed om er iets aan te doen. Ze leek te berusten in het lot. Ik moet toegeven dat het niet gemakkelijk was.
Mijn vader zijn auto was zijn 'god'. Met zijn tweelingbroer had hij al vele jaren discussies over wie nu de mooiste en de beste auto had. Het was meer plagen want ze waren zeer verknocht aan elkaar. De toen zeventienjarige Ford Taunus 17m was al herhaalde keren bijgewerkt met goudkleurige verf, vooral aan de spatborden. Mijn vader zou niet zomaar afscheid nemen van zijn goudkleurige Ford met zwart dak.

Ik heb het zelf moeten ervaren dat het niet vanzelfsprekend is, bij dreigend gevaar, iemand het rijden op de openbare weg te beletten. Ik heb de huisdokter, de politie en de verzekeraar gebeld. Die stelden allemaal dezelfde vraag: "Is er iets gebeurd"? Buiten tweemaal flagrant door het rood licht rijden was er nog niets gebeurd! Dus de boodschap was wachten op iets ernstiger!
Er is uiteindelijk iets ernstig gebeurd
waarbij mijn moeder op het nippertje aan de dood ontsnapt is. Later meer daarover.

maandag 28 januari 2008

DE MUTS VAN MIJN ZUS - 1955

Een van mijn vroegste herinneringen dateert van mijn kleutertijd. Ik moet een jaar of vier geweest zijn. Mijn zus, die zeven jaar ouder was, vergezelde me naar de lagere school 'De Engelbewaarder'. Het is een beetje overbodig te vermelden dat het hier om een katholieke school ging. De school was op loopafstand van ons huis, nauwelijks driehonderd meter. Er liepen daar nog veel nonnekes rond die stevig ingepakt waren, vooral hun hoofd.

Het beeld dat mij het meest is bij gebleven is de muts van mijn zus. Zij had toen een paardenstaart en mijn moeder had voor haar een speciale muts gebreid - ik denk dat het met vier naalden tegelijk was - met aan de bovenkant een opening voor de paardenstaart. Als ik me niet vergis was het een kakigroene muts.
Ik heb me suf gezocht op het internet, waar je zogezegd alles kunt vinden, maar een afbeelding van een paardenstaartmuts heb ik niet gevonden.
Indien ik handig zou zijn geweest met photoshop had ik de mevrouw op de foto zo'n muts kunnen aanmeten. Trouwens de afbeelding is niet zo goed gekozen want de paardenstaart moet hoog op het achterhoofd geknoopt worden.

Ik herinner mij nog weinig van toen ik een kleuter was. Die muts daarentegen kan ik mij nog levendig voor de geest halen. Nu klinkt dat misschien belachelijk een muts met een gat in maar in die tijd stond
mijn zus daar beeldig mee.
Zou het kunnen dat zich volgende winter een nieuwe hype aankondigt? Begin alvast maar te sparen voor een mooie paardenstaart.

zondag 20 januari 2008

LICHTBAKKEN - PRAKTIJKRUIMTE - 1989

Mijn kinepraktijk was gevestigd in een oud herenhuis, gebouwd in 1899. De twee kamers beneden aan de voorkant van het huis gebruikte ik als behandelingsruimte. Ik had in 1978 de praktijk zelf opgeknapt en ingericht. De tweede kamer had ik ingedeeld in drie 'cabines' van elkaar gescheiden door gordijnen. Aan het plafond had ik twee, nogal zware, lichtarmaturen bevestigd. Dat was niet van een leien dakje gelopen daar het plafond bestond uit smalle bepleisterde latjes. Uiteindelijk was ik er toch in geslaagd de lichten met pluggen aan het plafond vast te maken. Ik had wel een paar pluggen moeten verkorten omdat er latjes in de weg zaten.
Belangrijk detail: er was maar één lichtpunt beschikbaar en daardoor was ik genoodzaakt de twee lichtbakken in 'parallel' met elkaar te verbinden met een draad van 2,5.

Het was rond vijf uur in de namiddag, de avond viel maar het was nog niet donker buiten. In de middelste cabine bevond zich een kleine bejaarde dame, Marcella (pseudoniem). Ze had zware arthrose in haar nek en was al een hele tijd in behandeling. Ze zat aan een tafel, voorovergebogen met haar hoofd gesteund op een kussen. De lichtbak pal boven haar.

Voor de massage kreeg ze nog een modderbad in de nek- en schouderstreek. Droge warmte verlicht de pijn bij arthrose. Pikant overbodig detail: Marcella droeg altijd een kleed en geen bloes en een rok wat voor gevolg had dat ze haar kleed uit deed voor de behandeling. Opvallend was dat ze een panty droeg maar geen onderbroek. Ze gebruikte wel een inlegkruisje in haar panty. Maar dit geheel terzijde.

Terwijl Marcella wegdommelde onder de warme fango was ik bezig met een andere patiënt in de cabine ernaast. Ook met een lichtbak boven ons hoofd.

Dan..., alles gebeurde in een fractie van een seconde, kwam de lichtbak boven Marcella los van het plafond, beschreef een halve boog doordat ie verbonden was met de andere lichtbak, passeerde haar achterhoofd op een paar centimeter en eindigde in een vonkenregen tegen het gordijn achter mij. Er was een knal en de hoofdzekering was gesprongen. Er was niemand gekwetst. Een klein mirakel had plaats gevonden.

Ik krijg nog steeds kippenvel als ik eraan terug denk. Ik heb toen enorm veel geluk gehad. Sedertdien heb ik geen enkele plug meer ingekort.

vrijdag 18 januari 2008

KWETSENDE HUMOR - DE LINTWORM - 2003

Een aantal jaren geleden kreeg ik een mooie aanbieding om in een apotheek te gaan werken. De enige voorwaarde was dat ik, gedurende een jaar, het werk zou moeten combineren met een opleiding 'farmaceutisch-technisch assistent'. Dat was geen probleem.
Het was tijdens de les farmacologie, kennis en leer der geneesmiddelen, dat het gebeurde. Het onderwerp van de dag was 'de lintworm'.De voornaamste lintwormen die als volwassen stadium in de menselijke darm kunnen voorkomen zijn de runderlintworm en de varkenslintworm. De een is al wat gevaarlijker dan de andere.De runderlintworm komt wereldwijd voor en de behandeling is vrij eenvoudig. De varkenslintworm komt als dusdanig in onze streken niet meer voor: de meeste besmettingen doen zich voor in de tropen en subtropen. De diagnose en de behandeling gebeuren in een gespecialiseerd centrum.

Na de interessante uiteenzetting hoorde ik de docent zeggen: 'Zijn er nog vragen?' De vinger van de mevrouw juist voor mij ging de lucht in. Haar vraag was: 'Kan de lintworm, naast de verwijdering langs anale weg, nog via andere wegen het lichaam verlaten?' Mijn reactie kwam een fractie van een seconde later: 'Ja, langs je oor', waarbij ik , in één beweging, mijn rechter wijsvinger een halve boog liet beschrijven van langs mijn rechter wang en oor tot een halve meter naast mijn oor. De lachsalvo's schoten alle kanten op in het klaslokaal. Onmiddellijk draaide die bewuste mevrouw zich naar mij om, keek me woedend aan terwijl ze riep: 'Het is een vraag als een ander'.
Ze had gelijk!Ik had de lachers aan mijn kant maar voelde me beschaamd en wou mijn verontschuldigingen aanbieden. Ik heb het niet gedaan en heb er nu nog altijd een beetje spijt van.Langs deze weg bied ik alsnog mijn excuses aan, al besef ik dat het rijkelijk (te) laat is. Humor gaat soms ten koste van anderen. Ik beloof dat ik er in het vervolg zal op letten niemand meer te kwetsen. Ik vrees ...

SEXUELE REVOLUTIE - WOODSTOCK - 1969

Ik twijfel nog steeds of het wel raadzaam is om dit stukje te schrijven. Ik ga tenslotte enkele intieme details uit mijn jeugd prijsgeven. Als de publicatie een lichte aardschok zou teweeg brengen of mijn persoon constant het voorwerp van spot zou uitmaken kan ik het stukje nog altijd van mijn blog verwijderen.
1969, de hippietijd, de vrije liefde, love and peace geschreven in witte letters op je zwarte jeans. Ik heb het allemaal meegemaakt, maar voor mij is er weinig revolutie aan de pas gekomen.

Ik was net achttien jaar en mijn pa had zijn toestemming gegeven om zijn auto te gebruiken, een witte Ford Taunus, bouwjaar 1960, 16m Saxomat. Saxo...wie? Saxomat was een revolutionair schakelsysteem waarbij je wel nog een versnellingspook had, aan het stuur, maar geen koppelingspedaal. De voorloper van de 'Automatic' zeg maar.
De Ford Taunus bracht me naar Lendelede, naar de plaatselijke Jeugdclub. Ik herinner mij dat ik, op de tonen van Words van de Bee Gees, een slow danste met Marie-Claire D. We kenden elkaar al een tijdje en haar broer Luc zat bij mij op het college, in het zelfde jaar.Het klikte tussen ons en er hing opwinding in de lucht. Aan het eind van de avond, die voorbij gevlogen was, stelde ik voor haar naar huis te brengen met de auto. Ze was het idee direct genegen en alzo geschiedde.Nog voor we haar huis bereikt hadden parkeerde ik de Ford langs de graskant op een verlaten binnenweg en verplaatsten we ons naar de achterbank. Ik ben vergeten op wiens initiatief dit gebeurde.
Ik had nog niet veel ervaring buiten een tong draaien en wat stiekem voelen met de kleren aan, maar ik was klaar voor het grote werk en de bereidheid en goesting waren bij allebei aanwezig. Ik zal het nooit vergeten. Net op het moment dat mijn rechterhand haar half geopende bloes binnengleed en de kanten boverrand van haar BH aanraakte kreeg ik een waarschuwingssignaal in mijn hoofd dat ik te ver aan het gaan was. Hoe dat kwam en wie het signaal had gegeven ben ik nooit teweten gekomen. Je kan daar nu vreselijk om lachen maar zo is het gebeurd. Mijn katholieke opvoeding had zijn deugdelijkheid bewezen en het alarmbelletje van mijn geweten had perfect gefunctioneerd.

Toen ik thuiskwam merkte ik dat er aan de kant van de passagier, onderaan de deur een stuk carosserie was losgekomen. Ik moet aan iets blijven haperen zijn bij het parkeren in de graskant en er was al behoorlijk wat roest aanwezig aan de onderkant. Mijn vader nam het sportief op het was tenslotte geen nieuwe auto meer.

JUKEBOX BAL - DE GILDE - IZEGEM - 1967

Wat waren de mogelijkheden voor jongeren om uit te gaan in 1967 te Izegem? Het was de tijd dat de Jeugdclubs als paddestoelen uit de grond kwamen. In Izegem was dat Jeugdclub La Verna.Er was nog een andere optie: Het Jukebox bal in De Gilde op zondagmiddag.Ik was zestien toen ik er voor het eerst naar toe mocht.
Zondagnamiddag was ideaal voor mij want de zaterdagnacht moest ik altijd helpen met mijn pa die banketbakker was.Zondagmiddag vijf uur. De Gilde was op nauwelijks tweehonderd meter van mijn deur. Vooraan bevond zich het café, achteraan was een mooie zaal met in de achtergrond een podium waarop in het midden een Jukebox stond opgesteld. Er was altijd veel jong volk en er heerste een gezellige sfeer.Het opzet was simpel: je stak vijf Frank in de Jukebox en je koos drie plaatjes. De meeste jongens waren geïnteresseerd in trage nummers,slows, ik zeker!Bij de eerste noten van bijvoorbeeld 'Please release me' van Engelbert Humperdinck kwam je in aktie en vroeg je letterlijk aan een meisje dat je leuk vond: "Gaan we eens dansen?" Er was altijd een klein risico mee gemoeid dat het meisje zou weigeren. Het gebeurde niet veel maar het kwam toch wel eens voor en dan kon je afdruipen. Niet zo goed voor het zelfvertrouwen.Maar meestal ging het goed. In het begin was het aftasten hoe ver je partner bereid was te gaan. Het zaligste was dicht tegen elkaar, wang tegen wang, en genieten.Er kwam ook taktiek bij kijken. Tijdens het dansen verbrak je even het contact met de wangen en zocht je subtiel de lippen van je partner op. Dat was altijd spannend.
Leuk detail: als het plaatje afgelopen was, verdween het weer tussen de andere platen in de jukebox en was het gespannen afwachten op het volgende. Was het weer een slow dan deed je gewoon verder.Het klinkt allemaal heel braaf en het is niet meer van deze tijd.
Het is pure nostalgie maar ik had het voor geen geld van de wereld willen missen.

CAFE DE STERRE - MARKT IZEGEM - 1968

Ik hoorde, een tijd geleden, op Radio 2, in de top 1000 klassiekers, op nummer 68: The green, green grass of home van Tom Jones.
Ik werd als het ware veertig jaar terug geslingerd in de tijd. De beelden van zoveel jaar geleden kwamen spontaan op mijn netvlies.
Ik zat in de tweede Economische, zoiets als nu de vijfde ASO Economie-Moderne Talen, en we waren op schoolreis geweest. Vraag me niet naar waar. Nadien gingen we met een groepje, ik denk een man of vijftien, naar Café De Sterre op de markt te Izegem, bij Daniëlla, een knappe blonde. Er werd nogal wat gedronken en plots bevonden we ons allemaal op een soort dansvloer, achteraan het Café. We stonden opgesteld in een cirkel en Daniëlla bewoog zich in het midden van de cirkel. De muziek stond nogal luid en ik denk dat het allemaal slows waren. Barry Ryan met Eloise zat er ook tussen herinner ik me nu. Plots koos Daniëlla iemand uit de groep en begon ermee, op één tegel, te dansen. Het duurde niet te lang of ze stonden daar te tongzoenen.Een na een kwamen we aan de beurt en verschillende keren. Haar man stond achter de tapkast en keek er naar. Zaken gaan voor zal ie gedacht hebben!Als ik er nu aan terug denk kan ik het haast niet geloven maar het is echt gebeurd, ik zweer het je. Daniëlla heeft me leren tongzoenen. Ik was toen zeventien jaar. Ik hoor het hoongelach al op de achtergrond.
Nu draaien ze een tong op de lagere school, ik heb het zelf gezien.

SINT-JOZEFSCOLLEGE - IZEGEM - 1968

Het Sint-Jozefscollege, een strenge jongensschool, te Izegem in 1968. Ik was toen zeventien jaar. De lessen waren gedaan om vier uur dertig. Iedereen was verplicht om van vijf tot zeven in de studie te blijven. Dit betekende met zo'n tweehonderd man in een grote ruimte aan lange banken plaats nemen.Er was een middengang en twee gangen aan de zijkanten. Vooraan stond een grote lessenaar waar je aan weerszijden met een trapje naar boven kon. Daar zat dan de 'subregent'. De baas!In mijn geval was dat een priester, een zekere S.C. Hij is later, toen ik al vele jaren de school verlaten had, nog steendood gevallen tijdens het joggen. Maar dit geheel terzijde.
Hij zat meestal vooraan op zijn troon en hield de zaal nauwlettend in het oog, niets ontging zijn arendsoog.Soms liep hij rond door de gangen, altijd met een verbeten trek rond zijn mond. Het was een soort waarschuwing, zo van waag het niet om mijn gezag in twijfel te trekken. Het was dan ook altijd muisstil in de studiezaal.

Op een dag zie ik hem achteloos naar de achterkant van de zaal gaan. Ik zat redelijk achteraan en kon nog net in mijn ooghoek zien hoe hij zich naar de uitgang begaf. Maar ik durfde niet om te kijken want dat was verboden.Luttele seconden later gebeurde het. Hij sloeg de deur met een enorme klap dicht. In een reactie keken we met een aantal studenten achter ons om te zien wat er gebeurde. We zagen onmiddellijk dat we 'prijs' hadden. De rechter hand, zo groot als een kolenschop (Izegems), stak met duidelijk gespreide vingers de lucht in. We hadden vijf bladzijden straf schrijven aan ons broek. Het was immers verboden om om te kijken in de studiezaal. Bedankt nog, Staf.