NIEUWS     VERKEER      CULTUUR      WEER     SPORT     CONTACT         
Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen

dinsdag 17 januari 2012

TROOSTVOGEL - DRS. P.


Wanneer je soms iets naars beleeft
Je niet mag uitgaan door de regen
Of slaande ruzie hebt gekregen
Met iemand waar je veel om geeft

Als speelgoed door een mankement
Niet meer zo leuk is als tevoren
Je kwartje ergens is verloren
Kortom, als je verdrietig bent

Dan komt de vogel met een lied
Je hoort het, maar je ziet hem niet
En als hij voor je heeft gezongen
Dan vliegt hij weg met jouw verdriet

Zolang er kinderen bestaan
Is hij ze altijd komen troosten
In Doesburg of in 't Verre Oosten
Of waar hij ook naar toe moest gaan

De vogel is in al die tijd
Nog nooit beschreven of geschilderd
Is hij beeldschoon of erg verwilderd?
Daarover heerst onzekerheid

In elk geval, hij meent het goed
Hoewel door alles wat hij doet
Je kans hebt dat je noodgedwongen
Een tijdje op hem wachten moet

Dan komt de vogel met een lied
Je hoort hem, maar je ziet hem niet
En als hij voor je heeft gezongen
Dan vliegt hij weg met jouw verdriet


Uit: Tante Constance en Tante Mathilde, 1999


zaterdag 17 december 2011

KWIJT - BART MOEYAERT



Zo kwijt als dood
mag je niet gaan.
Hoe ruim ik op,
als ik niet eens
kan bellen, vragen
of je onze foto nog wel wil?
Dan blijft het eeuwig stil
in huis en ben je
niet eens weg, maar dood.
Nee, als ik je verlies,
dan hoop ik dat ik
op mijn zakken sla,
een poosje zoek
en dan ineens bedenk
dat jij allang
gevonden bent
door wie je liever ziet.
Dan zal ik kunnen rusten.
Anders niet.


Uit: Raster 89, 2000

maandag 21 november 2011

DE SLAAPWANDELAAR - HAGAR PEETERS



's Nachts werd hij wakker
midden op een ophaalbrug
die bezig was omhoog te gaan.
Dan rolde hij vanzelf zijn bed weer in.

Of hij bevond zich op zijn kop
in een karretje op de achtbaan
waaruit hij zich liet vallen
om tussen de veren te balanden.

Eén keer viel hij
in een roeibootje in slaap
dat losraakte van de wal.
Het bleek zijn eigen bed
dat terugdreef naar zijn kamer.

Eenmaal in het graf
wentelde hij zich tevreden om:
's morgens zou alles toch weer
bij het oude zijn.


uit: Genoeg gedicht over de liefde vandaag, 1999




donderdag 31 maart 2011

VERZET BEGINT NIET MET GROTE WOORDEN - REMCO CAMPERT



Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden
zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in zijn kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die een sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen



vrijdag 25 februari 2011

DE VERSTEKELING - MARIA VASALIS



Bij ieder schepsel dat geboren wordt
zijn reis begint, scheept in het ruim de dood
zich in. En maakt zich met het schip vertrouwd,
dringt door tot iedre vezel van het hout
de romp, de mast, de kabels en de touwen
de zeilen hurkend in de reddingsboot.

Het zijn de kleine kindren die hem kennen
en hem niet vrezen: zij zijn nog pas zo kort
geleden uitgevaren uit hun nacht
ze moeten aan het daglicht nog zo wennen.
Zoals schaduw bij het licht behoort
zo leeft de dood binnen het leven voort.


Uit: 'De oude kunstlijn', 2002.


woensdag 26 januari 2011

BARST - JOSEPHINE BANENS



Uit een voorbijgaand raam
kiert vaag een naam
word ik geroepen?
Wie, denk ik,
woekerend met heden en verleden.

Terwijl een glazenwasser
stuurs rechtlijnig lapt,
ik onder ladders stap,
gloort onverwacht
jouw stem weer op

en snerpt. Het raam
versplintert barstens
tot de randen
Ik sta versteend en voel
opnieuw de splinters branden.


dinsdag 4 januari 2011

RECHTERSCHOENEN - REMCO CAMPERT



Een schoen aan het strand van Santa Barbara (Cal.)
jaren later de vondst van een andere bij Bardolino
aan de oever van het Gardameer

en nog later van wel drie op een dag
op verschillende paden
nabij Pouca de Beira

tot veel wijze gedachten gaf dit anders dan ik hoopte
geen aanleiding

het waren rechterschoenen.



uit: 'Dichter', 1995.


zondag 19 december 2010

KERSTRECEPT - JOSEPHINE BANENS



Neem het licht van een ster
schijn er mee in het rond
zie hoe dichtbij en dagreizen ver
de tol van vernieling en oorlog, alles
kapotmaakt wat mensen ooit bond.

Ga mee met de wind
diep in de woestijn
en bekijk daar tienduizenden sporen;
stappen van hen die verdwenen zijn
of als vluchteling alles verloren.

Drijf dan weg op de zee
hoor hoe eb en vloed gaan,
en de golven maar eindeloos spoelen
als de kinderen die, gewond of verdrukt,
levenslang doodsangst zullen voelen.

Is dit alles gebeurd, kom dan mee in de nacht
om samen het kerstfeest te vieren.
Laat de boom en het eten dit jaar maar staan,
je gedachten naar al die anderen gaan,
en medeleven de kerstnacht versieren.


zaterdag 4 december 2010

VOOR ARI - J.A. DEELDER



Lieve Ari
Wees niet bang

De wereld is rond
en dat istie al lang

De mensen zijn goed
De mensen zijn slecht

Maar ze gaan allen
dezelfde weg

Hoe langer je leeft
hoe korter het duurt

Je komt uit het water
en gaat door het vuur

Daarom lieve Ari
Wees niet bang

De wereld draait rond
en dat doettie nog lang


uit RENAISSANCE GEDICHTEN 1944 - 1994

zaterdag 20 november 2010

AL IS DE LEUGEN - TOON TELLEGEN



De leugen kan traag zijn
moe
niet vooruit te branden,

kan dik zijn
kortademig
amechtig
of zelfs dood -op sterven na-

maar als het om de waarheid gaat
dan springt zij op
en begint toch te rennen...

juich de waarheid toe
maar geef nooit een cent voor haar kansen



uit: 'Daar zijn woorden voor', 2005.


dinsdag 9 november 2010

OP HERHALING - HANNIE ROUWELER



Vertel het me nog eens en leg het me
opnieuw uit, hoe het was en is geweest.
Ik keek naar water, de golven bewogen
heel licht in die lange stroom naar de einder
en langs het riet zwommen enkele eenden,
verderop een reiger aan de waterkant.
Je zei dat woorden altijd kunnen wachten
op het goede moment, en dat dat zo moet zijn,
en dat de lucht hier erg strakblauw is,
groots in z’n oneindigheid,
en dat de tijd zich verplaatst tussen een steen
en een andere steen, van boterbloem naar
pinksterbloem, een lijn langs de weg,
in het gras, over prikkeldraad naar daarginds,
die alsmaar grazende koeien in de wei.

Zeg me nog eens hoe wegen
uiteen gaan, zich verplaatsen in
tegenovergestelde richtingen en donkere wolken
boven de horizon één kant opdrijven.

Hoe dit alles op één dag in leegte verdwijnt,
terwijl ik hier nog sta, nog zo dicht
bij dat water, die lucht, dezelfde stenen.



Uit: 'Rozen verwelken, bloemen', 2006.


donderdag 28 oktober 2010

SONNET - REMCO CAMPERT



ik had je bloemen willen zenden
een soort bloemen dat je zou doen begrijpen
hoe ik wandel
onder welke luchten ik wandel
over welke bodem ik wandel

ik had je bloemen willen zenden
een soort van winterbloemen
met de bruine kleuren van de laatste roos
en de geur van nachten lopen
in gevaarlijk terrein
door verwaarloosde heggen omgrensd
waarachter men narcissen kon vermoeden
van de maanden die achter ons liggen
narcissen van een geur die ik waarschijnlijk te liefelijk schat

dat soort bloemen had ik je willen zenden
niet per post en onverpakt
neen ze zouden je worden gebracht
door een zwarte jongen met een Grieks profiel
die Duits studeert aan de universiteit
die zichzelf een choreografie heeft geschreven
op muziek van Mozart

dat soort bloemen
door zo'n soort jongen

maar ik vernam
dat je op reis bent
en wel niet meer terug zult keren


aan F.


uit: 'Vogels vliegen toch', 1951.



dinsdag 19 oktober 2010

IN ALLE STILTE - IVO DE WIJS



Een vriend van mij, een vriend van mij had kanker
Maar goeie vrienden laat je niet alleen
Al wist ik dikwijls niet wat ik moest zeggen
Ik ging er elke week toch even heen

In feite zou ik gister weer gegaan zijn
Dat hoefde niet meer, zei het ochtendblad:
"Gestorven onze zoon en broer en zwager...
In stilte gecremeerd..." en dat was dat

In stilte jee, waarom in alle stilte?
Het was zijn laatste wens, dat stond erbij
Ik snap 't niet, dat zou hij mij niet aandoen
Dat is gewoon gelogen volgens mij

Ik ga niet in een hoekje zitten huilen
Ik scheur ook het behang niet van de wand
Maar toch: waarom is sterven en begraven
Verbannen naar een hoekje van de krant?

'k Heb ook een advertentie laten zetten
Je wilt toch wàt, als afscheid, als besluit
"Dag Jaap, ik zal je heel erg missen - Ivo"
Maar Jezus, wat zag dat er lullig uit!

Als ik ooit doodga, kom dan allemaal maar
En hou je flink of snotter, alles mag
Vooruit, laat 't maar druk zijn en luidruchtig
Ik zorg wel voor de stilte op die dag.



uit: 'Het gaat goed met Nederland',
liedteksten van Ivo de Wijs.


woensdag 13 oktober 2010

NACHT - DINEKE



wanneer de wereld slaapt
nemen mijn gedachten
grauwe vormen aan
de duisternis neemt mijn denken over
kilte striemt wreed mijn blote huid
in een brandende dorst naar hem
vindt heimwee zijn stille weg
naar mijn middenrif

ik wil mij verbergen in de schoot
van de nacht
mijn sombere gedachten
laten bedekken door
zijn troostende stilte
me onzichtbaar maken
en mijn verlangen naar hem
voorgoed laten wegblazen


woensdag 6 oktober 2010

EEN KLEIN LAND IN AFRIKA - FOUAD LAROUI



Het kwaad is er zo banaal
dat de moeders het lichaam
van hun levenloze kind wiegen
met een glimlach zonder herinnering

De mannen zien hun huis
verwoest tot niets gereduceerd
slechts rokende as
enkel wat puin

Ze gaan naar de vlakte
met gebroken rug
zoeken ze andere vernederingen
andere koortsen een andere oorlog

Zoek de bestuurder van dat alles
niet in de Hel / Hij is in Den Haag in Hotel des Indes
En onze ministers schudden hem de hand.



uit: 'Hollandse woorden', 2004.

maandag 27 september 2010

ALS IK DOODGA - REMCO CAMPERT




Als ik doodga
hoop ik dat je er bij bent
dat ik je aankijk
dat je mij aankijkt
dat ik je hand nog voelen kan

Dan zal ik rustig doodgaan
Dan hoeft niemand verdrietig te zijn
Dan ben ik gelukkig.



maandag 20 september 2010

VRIENDSCHAP - KATELIJN VIJNCKE




Het water rimpelt wrikkeloos
doorheen de tijd.

Hoe dieper je luistert,
hoe meer je ziet.

Zuiver water kent geen bodem
en er tintelt altijd

iets aan de oppervlakte.
Het is de stilte zelf,

terwijl het voortdurend borrelt.
’t Is fijn en kwetsbaar

als kristal wanneer twee mensen
op dezelfde golf zitten.



uit: 'Broze werkelijkheid', 2003


maandag 21 juni 2010

DE IDIOOT IN HET BAD - M. VASALIS



Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen,
Haast dravend en vaak hakend in de mat,
Lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen,
Gaat elke week de idioot naar 't bad.

De damp die van het warme water slaat
Maakt hem geruster : witte stoom…
En bij elk kledingstuk, dat van hem afgaat,
Bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde droom.

De zuster laat hem in het water glijden,
Hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
Hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst
En om zijn mond gloort langzaam aan een groot verblijden.

Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,
Zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,
Zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden
Komen als berkenstammen door het groen opdoemen.

Hij is in dit groen water nog als ongeboren,
Hij weet nog niet, dat sommige vruchten nimmer rijpen,
Hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren
En hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.

En elke keer, dat hij uit 't bad gehaald wordt,
En stevig met een handdoek drooggewreven
En in zijn stijve, harde kleren wordt gesjord
Stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.

En elke week wordt hij opnieuw geboren
En wreed gescheiden van het veilig water-leven,
En elke week is hem het lot beschoren
Opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.


Uit: Parken en Woestijnen van M.Vasalis (1909-1998)


dinsdag 15 juni 2010

SPOEDDEBAT - JAN BOERSTOEL



Je zou je regelrecht in Artis wanen:
een kleine kikker kwaakt en blaast zich op,
luid toegejuicht door kippen zonder kop,
de ezels huilen krokodilletranen.

Een zevenslaper zit discreet te snurken,
een zwartekousenkraai krast ach en wee,
de ratelslang heeft weer eens geen idee,
maar wijt in stilte alles aan de Turken.

Ziedaar een blik in 's lands vergaderzaal,
het onderwerp is de cultuur ditmaal.


uit: 'Veel werk', 2000.

maandag 7 juni 2010

QUE FAIRE? - CHARLES DUCAL



Op een middag verscheen hij in de stad,
het gezicht bleek, de jas versleten,
als teruggekeerd uit het graf.

Wij stonden opzij, wat verlegen,
bang dat hij opnieuw zou gaan preken
Wij hadden een baan en weinig tijd,

maar waren zijn leerling geweest,
lang geleden. Dus, bang voor verraad,
sloegen wij hem op de schouder

en konden nog altijd de bijbel
citeren en spraken nog altijd de taal
van de opstand, het groot ideaal.

(Alsof hij nooit dood was gegaan.)

En tikten met spijtige vingers
op onze horloges, opgelucht
dat hij zweeg, ons nauwelijks herkende.

's Avonds in de kroeg, de hele bende.
Peter bootste hem na (goddelijk!):
voorwaar, voorwaar...

Het werd laat,
de zon kwam al op.
Een van ons imiteerde een haan.


uit: In inkt gewassen - Uitgeverij Atlas, 2006