NIEUWS     VERKEER      CULTUUR      WEER     SPORT     CONTACT         
Posts tonen met het label Boek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boek. Alle posts tonen

woensdag 8 februari 2012

DUIZEND SCHITTERENDE ZONNEN - KHALED HOSSEINI - ROMAN

Duizend schitterende zonnen begint tegen het einde van de jaren zestig. De nog jonge Afghaanse Mariam groeit op in een klein plaatsje buiten de stad. Samen met haar moeder woont ze in een klein huisje, een (kolba) dat ver afgelegen is van de bewoonde wereld. Mariam is eigenlijk een bastaard, althans zo wordt ze door haar moeder en dorpsgenoten genoemd, want ze is een buitenechtelijk kind. Haar moeder werd zwanger van de rijke en gerespecteerde Jalil, die met meerdere vrouwen is getrouwd en tien kinderen heeft. Om zich voor de schande van haar familie te verbergen, bouwde Jalil de kolba, waar zij toch haar dochter kan opvoeden buiten de minachtende blikken van anderen.

De veertienjarige Mariam adoreert haar vader. Hij komt haar wekelijks bezoeken en vertelt haar allerlei verhalen. Het meisje creëert haar eigen droomwereld, want buiten haar woning is ze eigenlijk nooit ergens geweest. Naar school gaat ze niet, want dat mag niet van haar moeder. Elke dag vraagt ze zich af, hoe het huis van haar vader er uit zouden zien en hoe haar halfbroertjes en zusjes zijn. Als op een dag haar vader een keer niet komt opdagen, nadat hij haar had beloofd mee te nemen naar de bioscoop om Pinokkio te zien, neemt ze een besluit zonder dat ze beseft wat voor gevolgen dit heeft voor haar moeder. Ze gaat op zoek naar het huis van haar vader. Voor het eerst stapt Mariam in een onbekende wereld, buiten de beschermde omgeving van haar moeder. Eenmaal bij zijn woning aangekomen, is ze toch niet zo welkom als ze had gedacht. Haar vader wil haar niet zien. Opeens beseft ze dat haar vader zich voor haar schaamt. Ze gaat terug naar haar kolba, waar ze hoort dat haar moeder zelfmoord heeft gepleegd.

Vanaf dat moment verandert de wereld van het eenzame dorpsmeisje. Ze wordt door de familie van haar vader gedwongen om met een oudere man te trouwen, namelijk de dikke Rasheed die een goede baan heeft en zijn vrouw is verloren. Het meisje ziet geen ander mogelijkheid op een goed leven, dan met Rasheed te huwen. Ze stemt met het huwelijk in en vertrekt naar Kabul. Haar huwelijk met Rasheed lijkt in het begin een sprookje, maar daar komt een einde aan als hij een duivels karakter krijgt en haar begint te mishandelen. Ook dwingt hij haar om een boerka te dragen, zodat de mannen niet naar haar schoonheid kunnen kijken. Jaren gaan er voorbij, maar de mishandelingen blijven doorgaan.

Dan begint het tweede verhaal. Laila, een stuk jonger dan Mariam, komt uit een intellectueel gezin. Haar ouders zijn beide hoogopgeleid en hebben een baan. Als ze op een dag haar ouders verliest bij een raketaanval, heeft ze eigenlijk niets meer. Mariam, haar overbuurvrouw redt haar uit het puin en verzorgt haar verwondingen. Opvallend genoeg doet Rasheed ook aardig tegen Laila. Zou er iets achter schuilen? Mariam begint hem te verdenken dat hij Laila als tweede vrouw wil. En gelijk krijgt ze.

Voor Laila, die haar grote liefde Tariq in het front is verloren en van waarvan ze zwanger is, rest niets anders dan met Rasheed te trouwen. Zo krijgt Rasheed twee vrouwen, die elkaar in het begin niet mogen, maar later vriendinnen voor het leven worden. Jarenlang worden zij vernederend en geslagen door hun man. Laila en Mariam merken dat ze als vrouw minderwaardig zijn. De streng islamitische Taliban krijgt de macht over Afghanistan, als de Russen uit het land zijn verjaagd. Zo verandert het land van een vrije staat in een land waar je van de Taliban helemaal niets mag, zeker niet als vrouw. De vrouwen proberen er toch het beste van te maken. De vriendschap die zij met elkaar hebben, kan niemand hun afpakken. Hun vriendschap gaat zo diep, dat ze bereid zijn om hun leven voor elkaar op te geven. Op een dag worden ze inderdaad voor die keus gesteld.

Opmerkelijk aan het boek, is hoe neutraal het verhaal eigenlijk is. Er worden geen standpunten ingenomen, zelfs de personages nemen geen duidelijke posities in wat betreft politieke kwesties. Eigenlijk is dat best opvallend, want je zou denken dat een schrijver als Hosseini dat juist wel zou doen. Dit omdat hij zelf ook uit Afghanistan komt en na de Russische inval gevlucht is naar Amerika. Dat het boek geen politiek oordeel geeft, is juist een sterke punt, want het past bij het verhaal. Hosseini is er in geslaagd om een beeld te geven van de geschiedenis van Afghanistan, die we eigenlijk allemaal van de oorlogsbeelden op de televisie kennen. Het verhaal lijkt in het begin een soort sprookje, maar naarmate je verder leest, wordt het verhaal steeds schokkender en heftiger. Vooral hoe een jong meisje, dat eigenlijk met speelgoed hoort te spelen al vroeg volwassen moet worden door gedwongen te trouwen, is afschuwelijk. Je krijgt respect voor de hoofdpersonages en je vraagt je af hoe ze in hemelsnaam in een dergelijk land kunnen leven.

Ook het contrast, tussen arm en rijk wordt heel mooi beschreven. Het boek is hartverscheurend, je leest het in één adem uit want je wordt echt in het verhaal meegezogen. Het verhaal van de personages raakt je, dat je er bijna tranen van in je ogen krijgt. Duizend schitterende zonnen is zeker een boek die je in je boekenkast moet hebben, al is het om er maar even in te bladeren en dankbaar te zijn voor het leven dat we hier hebben. (Fatima Bajja - Literair Nederland)


maandag 28 november 2011

DAGBOEK VAN EEN GEISHA - ARTHUR GOLDEN - ROMAN

Dagboek van een geisha was het eerste boek van Arthur Golden. Het werd wereldwijd een bestseller. Arthur Golden studeerde Japanse taal en cultuur, en werkte daarna jaren in Tokyo waar hij gefascineerd werd door de geisha's.

Het verhaal

Met de wijsheid van een vrouw die het einde van haar leven nadert, vertelt Sayuri haar levensverhaal. Dat verhaal begint in 1929, in een vissersdorpje, op het moment dat Sayuri's leven een dramatische wending neemt. Haar moeder is ziek, haar vader oud en versleten. Door een bizar ongeluk komt ze onder de aandacht van meneer Tanaka, de rijkste man van het dorp, die haar vader weet over te halen zijn acht jaar oude dochter aan een geishahuis in Kyoto te verkopen. In het decadente hart van Kyoto maakt Sayuri zich de vaardigheden van een geisha eigen. Achter een façade van luxe wordt zij met harde hand opgeleid in de kunst van het vermaken en verlokken van machtige mannen. Maar wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt en de geishahuizen hun deuren sluiten, moet Sayuri haar leven opnieuw inrichten en haar vaderland verlaten.

Waardering


Het verhaal wordt vertelt door Sayuri die aan het einde van haar leven haar levensverhaal vertelt. Door haar bijzondere grijze ogen (op de kaft zijn ze groen) wordt ze op jonge leeftijd uitverkoren om haar arme bestaan in een arm vissersdorp te verruilen voor een opleiding en leven als geisha in Kyoto. Het verhaal begint met de jeugd van Chiyo (Sayuri is haar geisha naam) die door het lot wordt weggehaald uit haar geboortedorp en wordt verkocht aan een geishahuis in Kyoto waar ze wordt ingewijd in de kunst van het vermaken van machtige, rijke mannen.

Het verhaal brengt je in Japan en de vrij onbekende wereld van de geisha's. De gebeurtenissen en karakters zijn levendig beschreven. Duidelijk is dat Arthur Golden een uitgebreide kennis van de Japanse cultuur heeft. Het leukste en meest interessante om te lezen is het deel dat haar opleiding als geisha beschrijft, als ze de kunst leert een kimono te dragen, de speciale make-up te dragen, de sake te schenken en tenslotte haar maagdelijkheid kwijt te raken aan de hoogste bieder. Een echte aanrader. (Boekenrubriek.nl)

Het boek is inmiddels verfilmd als Memoirs of a Geisha, en won drie Oscars (beste cinematografie, beste kostuumontwerp en beste art direction).



maandag 14 november 2011

VOOR IK GA SLAPEN - S.J. WATSON - THRILLER




Wakker worden in een vreemd bed, naast een vreemde man in een vreemd huis. In de spiegel staart je een onbekend en oud gezicht aan en het voelt alsof je in een nachtmerrie bent beland. In de spannende thriller Voor ik ga slapen van S.J. Watson is het helaas de harde realiteit voor Christine Lucas, een vrouw die leidt aan amnesie. Iedere ochtend wordt ze wakker, kan zich niets meer herinneren van de afgelopen vijfentwintig jaar terwijl ze wordt bijgepraat door een vreemde man die zichzelf Ben noemt en haar man zegt te zijn. Maar door het bijhouden van een dagboek is het de vraag of Ben wel te vertrouwen is.

Watson debuteert met Voor ik ga slapen, dat enigszins gebaseerd is op een waargebeurd verhaal. Ondanks dat er al vaker thrillers zijn geschreven waarin geheugenverlies een grote rol speelt, bevat dit boek een goed en origineel plot. Dat komt vooral doordat Watson vanuit Christine vertelt en je hierdoor getuige bent van de strubbelingen die de amnesie bij haar veroorzaakt. De schrijver weet op subtiele wijze te verwoorden hoe het voor iemand moet zijn die compleet afhankelijk is van anderen en de angst waarmee dit gepaard gaat.

‘Ik ben volwassen, maar beschadigd. Deze man zou me gemakkelijk ergens mee naartoe kunnen nemen, hoewel ik niet zo weten wat hij met me zou willen doen. Ik ben zo kwetsbaar als een kind.’

Unheimisch gefühl


Zowel op de flaptekst als vrij aan het begin van het boek wordt aangegeven dat er meer aan de hand is dan alleen amnesie bij Christine. Hierdoor dient zich al snel de behoefte aan om erachter te komen wat er gebeurd is en wie nu de waarheid spreekt. Doordat Voor ik ga slapen voor het grootste gedeelte bestaat uit dagboekpagina’s van Christine, kom je er samen met haar achter wat haar geheugenverlies heeft veroorzaakt en hoe haar leven er de afgelopen jaren heeft uitgezien.

In eerste instantie lijkt het boek een psychologisch verhaal dat gepaard gaat met de angst voor het onwetende. Maar wanneer bepaalde tegenstrijdigheden aan het licht komen en personages dingen lijken achter te houden, wordt er al snel bij zowel Christine als de lezer een ‘unheimisch gefühl’ opgeroepen. Watson weet de spanning op uitmuntende wijze op te bouwen en geeft stukje bij beetje meer dingen prijs. In het boek wordt gesuggereerd dat Christine naast amnesie aan paranoia lijdt, maar ook als lezer ga je zelf aan alles twijfelen. Doorlezen wordt een must om achter de waarheid te komen.

Beeldend en ijzersterk


De schrijfstijl is beeldend en de schrijver is op een doordachte wijze omgegaan met bepaalde details, zoals de manier waarop Christine elke dag aan haar dagboek wordt herinnerd. Doordat er in het boek een minimum aan personages voorbij komt, wordt nog eens extra sterk aangegeven hoe klein het wereldje is voor iemand die zich niets meer kan herinneren.

Voor ik ga slapen is een ijzersterk debuut dat je van begin tot eind in haar greep houdt. De onwetendheid van de hoofdpersoon wordt geprojecteerd op de lezer en Watson laat je tot het einde in het ongewisse. Een psychologisch verhaal met een interessante invalshoek waardoor een onvergetelijke thriller over geheugenverlies is gecreëerd. (Stéphanie Nooteboom - Cultuurbewust.nl)


maandag 7 november 2011

DE ENGELENMAKER - STEFAN BRIJS

'Soms is wat onmogelijk lijkt, alleen maar moeilijk.'


Op 13 oktober 1984 keert na een afwezigheid van bijna twintig jaar Doktor Victor Hoppe terug naar zijn geboortedorp Wolfheim, vlak bij het drielandenpunt in de buurt van Vaals en Aken. De bekrompen dorpelingen reageren argwanend op zijn komst, zeker als blijkt dat hij drie kinderen van een paar weken oud bij zich heeft: een identieke drieling met een schrikwekkende afwijking. Na enkele bijzondere genezingen wordt de dokter toch aanvaard in het dorp en gestaag groeit zijn populariteit. Zijn kinderen zijn echter zelden te zien en dat voedt de geruchten. Langzaam groeit het besef dat ze alle drie ernstig ziek zijn. Maar er blijkt meer aan de hand, niet alleen met de kinderen, ook met de dokter zelf die, gegijzeld door zijn verleden, een beslissing neemt die hem onsterfelijkheid moet bezorgen.

De engelenmaker is een roman vol geruchten en rumoer, gefluister en geroddel. Een verhaal over geloof en wetenschap, werkelijkheid en verbeelding, macht en onmacht, zin en onzin. Een roman waarin iedereen naar de waarheid op zoek is en uiteindelijk alleen zijn eigen waarheid vindt en gelooft.

Persreacties

Mark Cloostermans - De Standaard

'Vier jaar heeft hij gezwegen. Het was de moeite waard. Stefan Brijs schreef (...) een boek dat er echt toe doet. De engelenmaker is een meeslepende roman over het ontstaan van het leven en de herkomst van het kwaad. (...) Vanaf de eerste bladzijde is De engelenmaker zwanger van onheil, dreiging en catastrofe. (...) Maar zo gauw legt Brijs z'n kaarten niet op tafel. Honderdveertig bladzijden lang houdt hij je magistraal aan het lijntje en strooit ondertussen kwistig met bevreemdende bijbelse symbolen. (...) Brijs toont zich een gul schrijver. In plaats van de amateurfilosoof uit te hangen - geen gering gevaar, met deze onderwerpen en thema's - zorgt hij er in de eerste plaats voor dat de lezer enkele fijne uren doorbrengt. Spanning, cliffhangers, ontroering, een vleugje humor en wat grandeur op z'n tijd. Voor zijn finale grijpt hij niet naar makkelijk drama. In tegenstelling tot wat je zou verwachten, zijn het niet de autoriteiten of verbolgen dorpelingen die een eind maken aan deze geschiedenis. Hoppe bewerkstelligt zijn eigen ondergang in een finale die zo theatraal en wreed is dat er alleen nog aanzwellende violen en hysterische vrouwenkoren aan ontbreken. In feite ontbreekt aan dit boek slechts één ding. Een hoop lezers.

Clara Strijbosch - de Volkskrant

'Een virtuoze roman (...) Wat er dan kan gebeuren wordt in Stefan Brijs' De engelenmaker met meesterhand uit de doeken gedaan. (...) Brijs beheerst het grote en het kleine in dit boek. (...) "Soms is wat onmogelijk lijkt, alleen maar moeilijk," is het motto van Doktor Victor Hoppe. Het is Stefan Brijs in De engelenmaker gelukt: een spannende roman schrijven over de gevaarlijke en aanlokkelijke mogelijkheden van het scheppen van leven.'

Daniëlle Serdijn - Het Parool

'De engelenmaker is een kolkende roman. Carnavalesk, wrang, als was het een plaatje van de schilder James Ensor. (...) Stefan Brijs is er opnieuw in geslaagd sympathie op te roepen voor lelijkerds, mismaakten en slechteriken, kortom, voor foutjes van de natuur. Hij is de meester van het mededogen.'

Arjen Fortuin - NRC-Handelsblad

'Als je op pagina 420 aan het einde van Brijs' krachttoer bent beland, realiseer je pas goed hoe veel deze roman overhoop heeft gehaald. Victor Hoppe blijkt niet zozeer een onderzoeker te zijn, maar vooral een proefpersoon in de grootse literaire proefopstelling van Brijs. (...) Je eindigt met een gevoel van diepe sympathie voor een man die je menselijkerwijs zou moeten classificeren als een gevaarlijke gek. (...) Uiteindelijk komt het geloof uit de hoek waar hij het het minst verwachtte, van de goeddeels irrationele en wispelturige dorpsgemeenschap. Die sluit de man die enkele jaren eerder nog voor de duivel werd gehouden, met liefde in de armen. Dat die dorpelingen dat op volslagen verkeerde gronden doen, dient alleen nog maar om de rijkdom van Brijs' geweldige roman te benadrukken.'

Tomas Vanheste - Vrij Nederland

'Een betoverend boek, dat dwingend naar een fraaie apotheose leidt. Eens te meer het bewijs dat Brijs een groot verteller is.'

Ik heb daar niets meer aan toe te voegen ... een absolute aanrader!


vrijdag 4 maart 2011

MARC VERHAEGEN OVER VINCENT VAN GOGH





Het Van Gogh Museum en de stichting EurEducation presenteren over enkele dagen een stripboek over het leven van Vincent van Gogh. Het stripboek is gemaakt door de Vlaamse striptekenaar Marc Verhaegen, die onder meer bekend werd als hoofdtekenaar van Suske en Wiske, en scenarist Jan Kragt.

Benieuwd besloten we tekenaar Marc Verhaegen eens te benaderen. Hoe kwam hij bijvoorbeeld op het idee een strip over Van Gogh te maken? En welk verhaal krijgt de lezer in de strip voorgeschoteld over het beruchte oor van Van Gogh? Hieronder zijn Verhaegens antwoorden op deze en andere vragen te vinden. (lees meer)


dinsdag 1 maart 2011

MOORD IN PRAKTIJK - KERSTIN EKMAN - ROMAN

Hoe rechtvaardigt een moordenaar zijn daad? In twee Zweedse romans probeert een arts zich ervan vrij te pleiten. Een van de boeken verscheen in 1905, en vormt nu de inspiratiebron van Kerstin Ekman.

In een van de grootste Zweedse klassiekers, ’Dokter Glas’ van Hjalmar Söderberg, pleegt een arts een moord. Hij heeft zichzelf wijsgemaakt dat hij er een andere patiënt mee helpt. Deze Helga heeft de dokter namelijk bekend dat haar echtgenoot, dominee Gregorius, haar al te zwaar belaagt in bed, iets wat zij niet kan verdragen sinds ze verliefd is op een ander.

Via weloverwogen beschouwingen voor en tegen, komt dokter Glas tot de overtuiging dat hij de dominee ’moet’ vermoorden om deze vrouw, op wie hij heimelijk verliefd is, te redden. Hij plant zijn daad minutieus en slaat op het juiste moment ook toe. Maar achteraf wordt hij door angst bevangen, al komt niemand erachter wat hij heeft gedaan. Dat hij een mens heeft vermoord, is voor hem een straf op zichzelf – een conclusie die niet verhinderde dat het boek destijds zeer hevige debatten losmaakte.

In haar jongste roman ’Moord in praktijk’ hanteert de Zweedse schrijfster Kerstin Ekman een buitengewoon origineel procedé: ze verleent dokter Glas een ’biografische inspiratiebron’. Ekman wil ons doen geloven dat de hoofdpersoon uit haar eigen nieuwe roman, dokter Pontus Vossinge, model heeft gestaan voor dokter Glas, hoewel dat uiteraard een anachronisme is.

Het zal dus niet verbazen dat beide boeken thematisch verwant zijn. Allebei gaan ze over het plegen van een moord: de overwegingen die daartoe leiden, de manier waarop het gebeurt, de vraag hoe je er ongestraft mee wegkomt en het effect van de daad op de dader.

Terwijl Söderbergs Tyco Glas een bourgeoisdokter is met dito patiënten, is Pontus Vossinge een arme dokter zonder eigen praktijk. Zijn patiënten zijn hoofdzakelijk prostituees met geslachtsziekten. Vossinge’s werk met deze patiënten heeft overigens niets missionairs. Hij doet het noodgedwongen en is maar wat blij als hij erin slaagt ’hogerop’ te komen, door voor de oude dokter Johannes Schade te gaan werken. Niet dat hij een hoge pet op heeft van zijn baas, die hij vaak betrapt in bordelen en die naar stiefdochter Frida kijkt op een manier die Vossinge niet bevalt.

De liefde die Pontus Vossinge zelf voor dit elfjarige meisje opvat, wordt de motor van zijn verdere handelingen. Het blijft een platonische verliefdheid, die bovendien overgaat naarmate het meisje vrouwelijker wordt.

Op een bepaald moment laat Ekman haar personage in contact komen met de schrijver Söderberg, die hem prompt vraagt hoe hij als dokter een ’perfecte’ moord zou plegen. Vossinge voelt zich aangesproken door de vraag. Hij gaat zelfs de tabletten met kaliumcyanide bereiden die voor zo’n daad nodig zijn.

Niet toevallig wordt Söderberg lijkbleek op het moment dat Vossinge hem die pillen toont: zo concreet had hij zijn vraag nu ook weer niet bedoeld. Maar op dokter Vossinge hebben de tabletten een ander effect. Ze fascineren hem dermate dat hij ze altijd op zak heeft en dat is – zo als Ekman laat zien – niet zonder risico.

In een huiveringwekkend morbide scène geeft Vossinge op een bepaald moment, totaal impulsief, een van zijn pillen aan dokter Schade, die onmiddellijk het leven laat. Vervolgens praat hij de weduwe een huwelijk aan. Dat biedt hem financiële voordelen en de mogelijkheid om altijd in de buurt van het aanbeden dochtertje Frida te vertoeven.

Heel anders dan dokter Glas, ervaart Vossinge maar weinig morele schuld voor zijn daad. Enkel de vraag naar ’ontdekking’ interesseert hem, wat wel iets zegt over de infantiele morele ontwikkeling van dit personage, dat trouwens in staat blijkt de pillen nog een paar keer boven te halen, al zorgen toevalligheden ervoor dat er geen nieuwe doden vallen.

Ekman heeft met ’Moord in praktijk’ een uitgesproken hulde aan ’Dokter Glas’ geschreven, terwijl ze tegelijk haar kritiek niet spaart. Ze lijkt zich vooral te storen aan de rationaliteit van Tyco Glas. Vermoedelijk wil Ekman tonen dat mensen niet moorden uit rationele overwegingen, maar impulsief, of gewoon omdat de mogelijkheid zich voordoet. Niet toevallig brengt Ekman het onbewuste in stelling. „De laatste jaren wordt er veel drukte gemaakt over een kelderverdieping van de ziel, waarvan wij in het daglicht en bij ons volle bewustzijn niets zouden weten. Daarin moeten zich de angst, begeerte en handelingsimpulsen bevinden waar de verstandige en moreel uitgebalanceerde mens niet van wil weten.”

Daarmee suggereert ze dat de rationaliteit van dokter Glas overtrokken en zelfs verdacht is. Zijn diens ’uitgebalanceerde’ overwegingen geen rationalisaties van zijn onbewuste verliefdheid?

’Moord in praktijk’ is tegelijk ook een lofzang op ’Dokter Glas’, in die zin dat Ekman de vele details uit deze klassieke roman gebruikt om in haar eigen boek een gelijksoortige duistere sfeer op te roepen, met eenzame personages in een weinig herbergzame wereld. „Het wilde geluid van slaande kerkklokken dat tussen krijtwit verlichte gevels weerklinkt, geeft mij het gevoel dat ik schaduwloos door een stad dool die ik niet ken en waar mijn bestaan geen betekenis heeft”, mijmert dokter Vossinge.

Voortdurend spiegelt Ekman haar hoofdpersoon aan die van Söderberg. Ze arrangeert zelfs ontmoetingen tussen Vossinge en de schrijver Söderberg zelf. Dat alles werkt soms verwarrend, want wie spreekt op welk moment en op welk niveau van ’realiteit in de fictie’ bevinden we ons? Om de spiegelingen hard te maken, helpt het dat Ekmans personage ervan overtuigd is dat Söderbergs ’Dokter Glas’ op hem gebaseerd is. „Zonder mij zou de roman ondenkbaar zijn”, beweert Vossinge. „Hij zou gewoonweg niet zijn geschreven.”

Een constante in Ekmans roman is het adagium ’leven is handelen’, dat ook in ’Dokter Glas’ vaak wordt aangehaald, al betekent het iets totaal anders voor Tyco Glas dan voor diens geperverteerde alter ego dokter Vossinge. Ook de thematische spiegelingen zijn legio. Daarnaast pikt de schrijfster tal van details uit ’Dokter Glas’ op om er een nieuwe betekenis aan te geven: de kledij van dokter Glas resoneert in de dagboeken van dokter Vossinge, net als de mysterieuze bloemen die Glas ontvangt, of de restaurants die hij bezoekt.

Maar ondanks de inspiratiebron leest ’Moord in praktijk’ als een roman die op zichzelf staat. Het is dan ook niet noodzakelijk om ’Dokter Glas’ te kennen om deze roman te vatten, al helpt het wel om de finesses ervan mee te krijgen.

De grote verdienste van Ekman is dat ze op geen enkel moment flauwe of ongeloofwaardige uitspraken doet over ’Dokter Glas’. Dat is een hele prestatie, omdat die valkuil sterk aanwezig is in het veeleisende procedé dat ze voor haar roman heeft bedacht. Ekman is er daarentegen in geslaagd een overtuigende sfeer van grimmigheid te creëren, vol resonanties naar een andere roman, die ze niet nabootst, maar op een uitzonderlijke manier recht doet. (Sofie Messeman - Trouw.nl)


zondag 13 februari 2011

SUNSET PARK - PAUL AUSTER - ROMAN

Paul Auster (1947) schrijft doorgaans romans waarin je als lezer wordt meegevoerd in een bonte stroom verrassende verhaalwendingen - alles kan op elk moment anders zijn dan je dacht. Toeval en aandacht voor gecompliceerde familieverhoudingen, maar ook verwijzingen naar andere literatuur of naar kunst in het algemeen spelen daarbij een grote rol.

Die ingrediënten - toeval, familie, verwijzingen - zitten ook weer in zijn nieuwste roman, Sunset Park, maar deze keer leveren ze niet een duizelingwekkende achtbaan van avonturen op. Er gebeurt genoeg in deze roman, maar je hoeft je niet in je stoel vast te binden om te voorkomen dat je met de auteur uit de bocht vliegt. En precies dat is het effect dat Auster lijkt te willen bereiken. Rust, kalmte, bespiegeling, oog voor details, daar draait het deze keer om.

Even lijken de personages in Sunset Park zich bezig te houden met de kenmerkende activiteiten van personages in een roman van Auster om vervolgens toch weer met z'n allen in een woeste rit te belanden.

Zo is er een man die foto's maakt van achtergelaten dingen, van spullen die door schuldeisers achtervolgde mensen, in de haast hun huis te verlaten, hebben laten staan; de roman speelt tijdens de economische crisis van 2008.

Een ander personage heeft 'een Ziekenhuis voor Kapotte Dingen' opgericht. Het is een onaanzienlijk bedrijfje, 'dat zich specialiseert in het repareren van voorwerpen uit een tijd die vrijwel van de aardbodem verdwenen is'. Het gaat om typemachines, vulpennen, mechanische horloges, buisradio's, platenspelers, opwindspeelgoed, kauwgomballenautomaten en telefoons met draaischijf. Voelt u de nostalgie opkomen? Dat is de bedoeling.

Want juist op het moment dat Auster de personages met hun diverse activiteiten heeft geïntroduceerd, zet hij het verhaal min of meer stil. In Sunset Park wordt het verleden gekoesterd. Niet om erin te zwelgen, maar om het een harmonieus geheel te laten vormen met het heden.

Sunset Park leest als een pleidooi voor een pas op de plaats, voor de liefde voor wat binnen bereik is. Of zoals over één van de personages wordt opgemerkt: 'Daarom concentreert hij zich op het plaatselijke, het specifieke, op de vrijwel onzichtbare details van alledaagse zaken.'
Het personage over wie dat wordt opgemerkt, is Bing Nathan. Hij heeft een verlaten huis in Sunset Park, Brooklyn, betrokken en woont met twee vrouwen in dat kraakpand. Ook weer zoiets nostalgisch overigens: een kraakpand is immers vaak een huis dat mede wordt bewoond uit protest tegen al te gretig arriverende slopershamers.

In dit huis trekt ook Miles Heller in, die door omstandigheden min of meer uit Florida is gevlucht, waar hij een relatie had met een minderjarig meisje.

Er is overigens sprake van voldoende emoties: deze Miles voelt zich schuldig over de dood van zijn stiefbroer - en misschien is hij ook wel schuldig aan diens overlijden. Bovendien heeft hij al jaren geen contact meer met zijn (gescheiden) ouders. En dan heeft hij dus ook nog die affaire met dat meisje, een Cubaanse die in de Verenigde Staten is beland.

Je merkt bijna niet dat deze relatief korte roman (iets meer dan tweehonderd bladzijden) is volgestopt met dergelijke heftige zaken. De toon waarin wordt verteld, is knap beheerst. En zo is Auster in staat het decor waarin alles zich afspeelt, koesterend op te roepen.

Daarbij speelt, zoals gezegd, het verleden dus een grote rol. In de roman zitten tal van aanstekelijke anekdotes over honkbal, de literaire verwijzingen (naar Dickens, naar Shakespeare) zijn talrijk en soms erg subtiel en ook de discussies over en beschrijvingen van klassieke films dragen bij aan de sfeer. En dat alles om de vluchtigheid van alles te bestrijden, 'het nu dat hier is en meteen weer verdwijnt', maar dat door Auster nog even tegen de klippen op wordt vastgehouden. Dat heeft een niet bijzonder spectaculaire, maar wel liefdevolle en emotionerende roman opgeleverd. (ARIE STORM - parool.nl)

zondag 23 januari 2011

HET BOEK SAIDA - SAIDA BOUJDAINE - TOM NAEGELS

De titel van dit boek is niet toevallig gekozen. 'Het boek Saida' verwijst immers naar 'Het boek Job' uit de Bijbel, het relaas van Job die door God zwaar op de proef werd gesteld.

De symbolische rol van Job wordt in 'Het boek Saida' vertolkt door Saida Boujdaine. Op vierjarige leeftijd verliet zij samen met haar ouders en haar 10 andere broers en zussen het Marokkaanse Larache om in Antwerpen een nieuw leven op te bouwen. Nu, zesentwintig jaar later, vertelt Saida ons door de bril van ghostwriter Tom Naegels haar harde levensverhaal.

Alsof het thuisloos opgroeien tussen twee culturen en de zelfmoord van haar broer Addellah nog niet erg genoeg was, begon Saida’s Jobiaanse lijdensweg pas echt toen ze uitgehuwelijkt werd aan Fouad, een Marokkaan die psychologie had gestudeerd in de Verenigde Staten. Van liefde was er bij Saida nooit sprake, wel van harde dwang vanwege haar familie: 'In 1994 ben ik getrouwd met Fouad, een verre neef van mijn vader, een man die nooit mijn man geweest is behalve op papier, een man die enkel mijn Belgische paspoort begeerde en die mij inruilde voor mijn nicht, eveneens een Belgische, zodra ik ons huwelijk liet vernietigen.' Nadat ze letterlijk en figuurlijk murw geslagen was door haar familie, besloot Saida toch maar wenend in het huwelijk te treden als de minst erge van twee kwalen.

Ze weigert echter om haar gedwongen lot te aanvaarden, en dankzij haar moed en doorzettingsvermogen lukt het haar om geen enkele seconde met haar liefdeloze echtgenoot te moeten samenleven. Meer zelfs, stap voor stap slaagt Saida er in om de ogen van haar halsstarrige familie te openen en hen te laten inzien wat de ware bedoelingen van Fouad zijn. Enkel haar vader valt uit de toon en trekt openlijk de kaart van Fouad: 'Mijn eigen vader gaat naar de rechter om tegen zijn eigen dochter te procederen, ten voordele van een verre neef van wie de rest van de familie inziet dat hij een profiteur, een bedrieger en een leugenaar is.'

Het licht aan het einde van de tunnel wordt helemaal bereikt als Saida via wat ze zelf 'positieve discriminatie in de puurste vorm' noemt, een baantje krijgt bij de voormalige Antwerpse schepen van Cultuur, Eric Anthonis. Intussen zit Philip Heylen op die stoel, maar Saida is nog steeds de stralende ontvangstbediende op het Antwerpse cultuurkabinet. Met de verlossende woorden 'En toen was alles in orde' zet Saida tenslotte een definitief punt achter haar lijdensweg.

Bij momenten is 'Het boek Saida' ronduit schokkend – zoals wanneer Saida vertelt hoe haar broer Amir haar afranselt met het hout van een ingebeukte deur – maar vaker nog raak je vervuld van bewondering voor deze sterke, jonge vrouw. Saida is ondanks haar ontij niet verbitterd geworden. Ze verwijt niemand iets en loopt over van levenslust en liefde. Zo zijn haar broers die haar met geweld wilden verplichten om te trouwen nu haar beste vrienden. Dit boek is geen afrekening met een familie of een cultuur, maar wel een haarfijne ontleding van de moeilijkheden waarmee een Marokkaans gezin geconfronteerd wordt bij hun poging om zich in een andere cultuur te integreren.

Net daardoor is 'Het boek Saida' geen klaagzang geworden, maar wel een ontroerend en bij momenten zelfs grappig boek dat je blik op onze multiculturele samenleving verruimt. Al is en blijft dit natuurlijk vooral het persoonlijke verhaal van Saida en niet dat van de hele Islamitische gemeenschap. Maar toch: Saida Boujdaine heeft met haar eerlijk verhaal een gezicht gegeven aan alle onbekende vrouwen ter wereld die momenteel nog het pijnlijke slachtoffer van uithuwelijking zijn. Erwin Tommissen (Cutting Edge)


dinsdag 14 december 2010

woensdag 1 december 2010

IK HAAL JE OP, IK NEEM JE MEE - NICCOLÒ AMMANITI - ROMAN

Niccolò Ammaniti (1966) is een van de grote sterren van de hedendaagse Italiaanse literatuur. Zijn werk is vertaald in zevenendertig landen.

Een klein fictief dorp, Ischiano Scalo, aan de Italiaanse Rivièra, is het toneel voor twee adembenemende liefdesverhalen. Graziano Biglia is een veertigjarige playboy – met geblondeerd haar, zonnebankteint en strakke leren broek – die het buitengewoon met zichzelf heeft getroffen. Hij speelt gitaar en is een groot fan van de Gipsy Kings. Na veel gereis en talloze affaires is hij naar Ischiano teruggekeerd om zich te settelen met zijn ‘geliefde’ Erica, die alleen maar op zijn geld uit is.


Gloria en Pietro zitten in dezelfde klas: zij is van goede komaf, woont in een villa in de heuvels, is mooi en zelfbewust. Hij is een schuchtere, onzekere en dromerige jongen, die lijdt onder het explosieve karakter van zijn vader – een verknipte herder – en is het mikpunt van de treiterijen van andere jongens uit zijn klas. Wanneer Pietro door drie van zijn kwelgeesten gedwongen wordt in te breken in de school, en later, onder andere omstandigheden, ook thuis bij zijn lerares Flora – die een geheime verhouding heeft met Graziano – raken alle hoofdpersonen op dramatische wijze met elkaar verbonden.
(niccoloammaniti.nl)


Quotes

'In mijn persoonlijke top-10 kwam dit boek vijf jaar geleden van niets binnen op de eerste plaats.Daar staat het nog steeds' - Herman Koch


‘Simpelweg de beste roman die ik ooit heb gelezen. Ammaniti is mijn idool, zijn karakters mijn helden. Al zijn ze soms nog zo slecht, ik ben van ze gaan houden’ - Saskia Noort

‘Er is geen boek waar ik de laatste vijf jaar zo van heb genoten als van deze roman. Ammaniti is mijn favoriete schrijver van dit moment en is de beste schrijver van Europa’ - Kluun

'Het Italiaanse woord voor talent is: Ammaniti' - The Times

‘Bij het blootleggen van de psychologie van zijn karakters gaat Ammaniti virtuoos te werk een onthutsend verhaal’ - Arie Storm, Het Parool

'Dit boek is grappig (mooi-grappig, lief-grappig, treurig-grappig), ontroerend en gedetailleerd. Het is vooral heel menselijk. Echt menselijk.' - Renske de Greef


donderdag 4 november 2010

STUK - SARAH KUTTNER - ROMAN

Sarah Kuttner (Oost-Berlijn, 1979) heeft in Duitsland naam gemaakt als televisiepresentator voor de muziekzenders Viva en mtv, waar zij een eigen show had, de ard en Sat.1. Haar columns voor de Süddeutsche Zeitung en Musikexpress zijn gebundeld en uitgegeven door S. Fischer Verlag. Stuk is haar eerste roman, waarvan in Duitsland in de eerste maanden na verschijnen al meer dan 200 000 exemplaren werden verkocht.

Wie slim en aantrekkelijk is mag hoge eisen stellen, ook aan zichzelf, vindt Karo. Maar als ze haar te vanzelfsprekende relatie beëindigt en haar baan verliest, valt ze toch in een diep gat. Haar leven ligt weer voor haar open, maar ze ziet het helemaal niet meer zitten en wordt depressief. ‘Een depressie is een fucking event,’ beaamt haar, overigens zeer aantrekkelijke, psychiater. Samen met hem trekt ze ten strijde tegen haar depressie.

Luchtig en vol zelfspot vertelt Sarah Kuttner over de depressieve gevoelens die dertigers van nu ineens kunnen overvallen. Stuk is een heerlijke roman die helemaal gaat over deze tijd, verteld door een stem van deze tijd. (De Bezige Bij)

Uit de pers
  • 'Stuk gaat vooral over de frustratie van het depressief zijn, meer dan over depressie zelf. Karo laat je steeds weer lachen om haar gekluns met emoties, totdat de buikpijn die je van dat lachen krijgt niet meer over gaat en het ineens toch pijnlijk wordt.' - NRC NEXT

  • ‘Sarah Kuttner maakt zware kost licht verteerbaar.’ – Der Spiegel

  • ‘Stuk is aangrijpend en geloofwaardig. Het laat zien dat een depressie ook heel normale mensen kan overkomen.’ – Berliner Zeitung

  • ‘Met verrassend veel diepgang voelt Sarah Kuttner haar generatie aan de tand.’ – Cosmopolitan

donderdag 17 juni 2010

EEN HEFTIG BOEK OVER EEN OVERSEKST MEISJE

Een oversekst meisje dat denkt een prinses te zijn en een zwak heeft voor mannen die hun vrouw hebben vermoord. Daarover gaat Pam Emmeriks graphic novel: Jummie! Het ware leven van een adoptieprinses.

Met haar tekeningen weet Emmerik een absurd universum te creëren waarbij de lezer niets anders kan doen dan zich eraan overgeven. Jummie! Het ware leven van een adoptieprinses is een beeldroman zoals je nog nooit hebt gezien; eigenzinnig, geestig en indringend. Maak kennis met Marita, een fantasierijke puber die haar hormonale onvrede probeert te verjagen door zichzelf tot adoptieprinses te kronen en zich seksueel uit te leven. Een opmerkelijk coming of age-verhaal, waarbij Marita's weg naar volwassenheid er een vol hobbels en bochten blijkt. De bonte stoet van personages - van Marita's moeder de bloesemtherapeute tot haar mishandelde punkvriend Joseph - en wonderlijke tekeningen maken van Jummie! een even ongrijpbaar als vrolijk en zwartgallig spel van woordbloed en beeldvermaak. Het is de menselijke komedie als een goede, maar sarcastische grap.

Pam Emmerik (1964) is beeldend kunstenares en schrijft romans, korte verhalen, essays en gedichten. In 1997 debuteerde zij met de verhalenbundel Soms feest en met de roman Het bottenpaleis (2000) vestigde zij zich definitief als romanschrijfster. Jummie! Het ware leven van een adoptieprinses is haar eerste graphic novel. (athenaeum.nl)

'Emmerik leest het innerlijke leven af aan uiterlijke sporen, die ze vervolgens van stevige contouren voorziet en uitvergroot tot ze iets meer gaan betekenen dan zichzelf. Dat is het procedé van haar taal. Het letterlijke beeld verandert in een zinnebeeld en de autobiografie daarmee in literatuur.' (NRC Handelsblad)

Klik hier om het interview te beluisteren met de auteur door Heidi Lenaerts



vrijdag 11 juni 2010

DE DUIVENPLAAG - LOUISE ERDRICH - ROMAN

Voor op het omslag van De duivenplaag, Louise Erdrichs compacte epos over bloed en liefde, leven en doodslag, noemt niemand minder dan Philip Roth het boek 'een overweldigend meesterwerk'. Geheel terecht.

'Het geweer ketste bij het laatste schot en de baby stond met verschrikte ogen te brullen, de handjes om de rand van het ledikant geklemd. De man ging in een leunstoel zitten en begon zijn geweer uit elkaar te halen om te zien waarom het niet wilde afgaan.'

Er zijn romans die je na de eerste twee zinnen minder dwingend op het puntje van je stoel krijgen dan De duivenplaag van Louise Erdrich. En er zijn openingspagina's die je minder de keel beklemmen dan deze, zeventien regels lang slechts, waarin de man met het geweer een grammofoon aanzwengelt en hemelse vioolmuziek de kamer in laat stromen terwijl hij zijn wapen herstelt, de baby weer in slaap valt, en ten slotte het geweer weer geheven wordt.

Er zal nog eens geschoten worden, daar ga je als lezer althans wel van uit, móét je haast wel van uitgaan - maar op wie? 'De geur van vers bloed hing overal om hem heen in de afgesloten kamer.'

Het verhaal van deze roman is gesitueerd in de Amerikaanse staat Noord-Dakota, in een gemengde gemeenschap van indianen en Europees-Amerikaanse kolonisatoren. Dat is niet voor het eerst bij Louise Erdrich, zelf half indiaanse. Zoals het ook niet voor het eerst is dat Erdrich daarbij de spanningen tussen beide bevolkingsgroepen - zeg maar gerust: het gewelddadige racisme van de laatsten tegenover de eersten - als een donkere onderstroom in haar vertelling opneemt.

Maar vermoedelijk niet eerder deelde ze al meteen op de eerste pagina zo'n klap uit (al kan bijvoorbeeld haar vroege roman Sporen (1988) zich op dit gebied wel enigszins met haar nieuwste meten).

De duivenplaag
, en ook dat is vertrouwd bij Erdrich, ontspint zich in een stoet van verhalen die van het recente verleden terugreiken tot in de negentiende eeuw, en die uit de mond van vier verschillende vertellers tot ons komen: Evelina Harp, die als meisje van gemengde afkomst opgroeit in het kleine stadje Pluto aan de rand van het indianenreservaat; rechter Antone Bazil Coutts; de oude vrouw Marn Wolde; en de vertelster van het laatste hoofdstuk, over wie we hier niet te veel willen onthullen.

De vonk die dit vuurwerk van vertellingen ontsteekt is een gruwelijke gebeurtenis die zich in 1911 heeft voltrokken. Toen is in Pluto een (niet-indiaanse) boerenfamilie bijna integraal uitgemoord: de ouders, een tienermeisje, en twee kleine jongens.

Een lynchmeute heeft daarop een klopjacht ingezet op enkele indianen en hen opgehangen (een van hen heeft het overigens wonderlijk genoeg overleefd: Evelina's oudoom Mooshum). Niet dat zij de daders waren, maar zelfs de loutere mogelijkheid van hun onschuld was voor de mannen van Pluto geen punt van overweging: het waren toch indiánen? Nou dan - allemaal dieven en boeven, dat wist toch iedereen?

Maar meer nog dan over die dubbele misdaad op zich gaat De duivenplaag , dat je een compact epos van bloed en liefde, leven en doodslag zou kunnen noemen, over de verwevenheid van de levens van hen die erbij betrokken waren, en van die van hun nakomelingen.

Hoe gaat een gemeenschap om met iets wat haar splijt met de scherpte van een bijlinslag, terwijl de mensen tegelijk door allerlei banden haast onlosmakelijk aan elkaar vastzitten? En vele decennia later kan het verleden opeens weer dwingend opstaan, zoals aan het slot zal blijken (aan het thrillerelement, hoewel niet essentieel voor het boek, heeft Erdrich zorgvuldige aandacht geschonken).

Bij dit alles komen zich ook godsdienst en de besognes van het vlees als thema's voegen - ook al geen verrassing voor wie Erdrichs vroegere werk een beetje kent. En bij alle gruwel (die voorafgespiegeld wordt door de tweede gebeurtenis waarover in het boek wordt verhaald, de duivenplaag uit de titel, en de bloederige bestrijding ervan) vergeet Erdrich niet op zijn tijd ook ruimte te laten voor een bijna frivole of komische anekdote.

De schrijfster, in wier stijl de dichteres zich af en toe laat vermoeden, kan daarbij verrassend aards uit de hoek komen. Maar bovenal is De duivenplaag een rijke en meeslepende verbeelding van de mens, in zijn duisterste, ondoorgrondelijke, maar ook zijn beminnelijkste gedaante. Philip Roth heeft het boek al 'een meesterwerk' genoemd. Ik zeg hem dat hier graag na. (Herman Jacobs - Knack)


dinsdag 18 mei 2010

LAAT HET FEEST BEGINNEN - NICCOLÒ AMMANITI - ROMAN

Fabrizio Ciba, een auteur die ooit een enorme bestseller schreef, maar nu al jaren droogstaat qua ideeën, kan maar niet beslissen of hij zal vluchten naar een Spaans eiland om daar zijn nieuwe roman te schrijven, of dat hij toch naar de megaparty zal gaan die de grootste vastgoedmagnaat van Rome, Sasà Chiatti, heeft georganiseerd in de hoop nog meer publiciteit voor zichzelf te genereren.

Saverio Moneta, bijgenaamd Mantos, is de leider van de Beesten van Abaddon. Terwijl hij overdag op zijn lazer krijgt van zijn baas (tevens zijn schoonvader) en in de avond geterroriseerd wordt door zijn zonnebankbruine, hysterische echtgenote, spreekt hij één keer in de week in het diepste geheim af met zijn satanische volgelingen om de basiselementen van de Liturgie van de Duisternis door te nemen en te discussiëren over de beste manier om een offerlam te slachten. Moneta staat onder aan de voedselketen, en de enige weg is die naar boven. Zijn volgelingen en hij slagen erin om – onder het mom van ober – te infiltreren in de party van Chiatti. Niemand is voorbereid op hun snode plannen...

In Laat het feest beginnen! draait alles om de clash tussen twee werelden: de wereld van de elite (rijk, beroemd, intelligent), die haar onzekerheid verbergt achter tralies en hekken, terwijl ze tegelijkertijd een zo groot mogelijke bekendheid nastreeft. Aan de andere kant de arbeidersklasse, die alles doet om dagelijks geluk te verwerven.

Greet Pernet sprak met de Italiaanse auteur Niccolò Ammaniti over "Laat het feest beginnen", de vertaling van diens boek "Che la festa cominci". (klik hier)

zaterdag 8 mei 2010

KALME CHAOS - SANDRO VERONESI - ROMAN

Het leven is Pietro Paladini, hoofdpersoon in de roman Kalme chaos van Sandro Veronesi, niet bepaald ongunstig gezind. Over een paar dagen zal hij in het huwelijk treden met de vrouw met wie hij al elf jaar gelukkig samenleeft, zijn 10-jarige dochter Claudia groeit voorspoedig op, en dankzij zijn baan bij een bedrijf voor pay-tv leiden Pietro en zijn gezin een comfortabel bestaan.

Het leven is Pietro Paladini, hoofdpersoon in de roman Kalme chaos van Sandro Veronesi, niet bepaald ongunstig gezind. Over een paar dagen zal hij in het huwelijk treden met de vrouw met wie hij al elf jaar gelukkig samenleeft, zijn 10-jarige dochter Claudia groeit voorspoedig op, en dankzij zijn baan bij een bedrijf voor pay-tv leiden Pietro en zijn gezin een comfortabel bestaan.

Maar dan haakt, onvermijdelijk in de wereld van Veronesi, het noodlot hem geniepig pootje. Tijdens een van de laatste dagen van hun vakantie zien Pietro en zijn broer Carlo hoe twee vrouwen in zee dreigen te verdrinken. Zonder lang na te denken gaan de broers te water en weten de drenkelingen levend naar het strand terug te brengen.

Wanneer ze na hun heldendaad terugkeren bij hun vakantiehuisje, blijkt Lara, Pietro’s aanstaande bruid, daar te zijn overleden aan een inwendige bloeding. Uit het autopsierapport valt op te maken dat haar door niets aangekondigde dood ongeveer is ingetreden op het moment dat Pietro onder water worstelde om het leven van een andere vrouw te redden – alsof een verraste boekhouder in het hiernamaals zijn balans weer kloppend heeft gemaakt.

Na de begrafenis wil Pietro zijn leven weer oppakken, in afwachting van het verdriet dat vroeg of laat genadeloos moet gaan toeslaan. Op de eerste schooldag van Claudia parkeert Pietro zijn auto voor het schoolgebouw in het centrum van Milaan en besluit daar de hele dag te blijven. De contemplatieve rust die hem dat oplevert, brengt hem ertoe zijn surplace vol te houden: dag in dag uit posteert Pietro, geparkeerd op de ventweg van het leven, zich voor Claudia’s school, alsof hij de film van zijn eigen leven heeft stilgezet.

Die verschansing in de veilige beschutting van zijn auto, zijn weigering om dit keer in te zetten op ‘de verliezende kaart van de redelijkheid’, zoals Pietro het noemt, biedt hem ook de mogelijkheid zich verre te houden van alle giftig opwolkende perikelen rond de megafusie waar het bedrijf dat hem in dienst heeft, in verwikkeld is.

Maar Pietro’s positie van buitenstaander, de speler die zich aan het spel heeft onttrokken en aan de zijlijn wegkijkt, blijkt een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit te oefenen op allerhande personen uit zijn omgeving. Op zijn labiele schoonzus Marta, die hij ooit versierde en nog immer begeert, op zijn broer Carlo, een beroemde modeontwerper die al vele jaren gebrouilleerd is met hun vader, op collega’s, die gebukt gaan onder de naderende fusie, en op de twee duistere hoofdrolspelers daarin, de magnaten Steiner en Boesson.

Wie zich, zoals Pietro, onttrekt aan het complot van het dagelijks leven, wekt een ondoorgrondelijk vertrouwen, en zij allen, familie, collega’s en superieuren van Pietro, zien zijn auto als biechtstoel om hun hart te luchten, alsof die plek bij ontstentenis van Pietro’s eigen verdriet als een gulzig zwart gat het lijden van anderen aantrekt.

Meesterlijk, want scherpzinnig en onweerstaanbaar grappig door zijn feilloze gevoel voor schijnbaar onbenullige details, beschrijft Veronesi hoe Pietro de kalme chaos, dat wachten op de storm van verdriet die maar niet komt, ondergaat. Al die berichten van anderen uit een wereld die ver weg is, bevestigen Pietro in zijn keuze om te volharden in zijn nieuwe manier van leven.

Tot het hem op een dag door zijn dochter Claudia duidelijk wordt gemaakt dat zij vanwege die rare vader, die daar iedere godganse schooldag op haar staat te wachten, door haar klasgenoten wordt gepest – subtiel, en daarom des te ondraaglijker. En dus zal het leven van Pietro weer in beweging moeten komen, als de gondel van een haperend reuzenrad die lang boven een leegte heeft gebungeld en nu weer in gang wordt gezet.

Sandro Veronesi (1959) wordt veelvuldig geroemd als een van de belangrijkste hedendaagse Italiaanse schrijvers, maar zijn vorige werk, zoals de veelgeprezen roman In de ban van mijn vader, deed nogal eens gemaakt en maniëristisch aan. Met Kalme chaos, de roman waarmee hij de Premio Strega 2006 won en die verfilmd zal worden metNanni Moretti in de hoofdrol, slaagt hij met glans in wat hem eerder niet zo overtuigend lukte: het nauwgezet deconstrueren van het dagelijks leven.

Dat doet hij uitermate fijnzinnig en geraffineerd, met het ontleedmes van zijn genadeloze observatievermogen en zijn superieure stijlbeheersing; stukje bij beetje, tot er minuscule brokjes zijn overgebleven die iedereen met verbijstering zal herkennen: wanhoop in kleine doses – wanhoop over onze medeplichtigheid aan wat zich iedere dag om ons heen voltrekt. (Edwin Krijgsman - de Volkskrant)


zondag 21 maart 2010

KAAS - WILLEM ELSSCHOT - DICK MATENA - BEELDROMAN

Willem Elsschots meest bekende roman, 'Kaas', werd door de jaren heen herwerkt voor film, toneel en televisie. Sinds kort is het verhaal van de zielige Frans Laarmans en zijn kaashandel ook in een tot nu toe minder bekend genre te bewonderen: de beeldroman.

Het was Nederlands veelzijdig stripkunstenaar Dick Matena die Elsschots roman in negen maanden tijd tot een indrukwekkende strip omtoverde. Het was niet de eerste keer dat Matena zich waagde aan het verstrippen van een bekende roman. Voor zijn beeldroman van 'De avonden' van Gerard Reve werd hij zelfs in 2003 bekroond met dé belangrijkste prijs binnen de stripwereld: de Bronzen Adhemar Prijs.

Waarom koos Matena er precies voor om de roman 'Kaas' van Willem Elsschot te gaan verstrippen? Zijn beweegreden was 'een grote bewondering voor de stijl, hier en daar een schaterlach vanwege de humor, een traantje van mededogen met de sukkel Laarmans, woede ook vanwege zijn domheid, gebrek aan zelfkennis en houding tegenover zijn aanzienlijk slimmere vrouw en grote weerzin jegens de standbewuste opschepper Van Schoonbeke en zijn bende van parasiterende vrienden.'

Net zoals bij de herwerking van 'De avonden' heeft Matena er bewust voor gekozen om ook bij de verstripping van 'Kaas' geen enkele letter te veranderen aan de originele tekst van Elsschot, dit uit respect voor de auteur en voor het geschreven boek. Dit was in eerste instantie niet altijd even evident aangezien de originele tekst in 'Kaas' volledig in briefvorm wordt verteld. Matena heeft dit euvel vakkundig opgelost door de strip te laten beginnen met een tekening waarop te zien is dat er een bepaalde brief in de brievenbus valt. Deze wordt opgeraapt door een persoon die er spontaan in begint te lezen. Deze persoon in kwestie is Jan Greshoff, een kennis van Elsschot en tevens de persoon die Elsschot effectief aanspoorde om het verhaal van Frans Laarmans neer te pennen. Om de zoveel tijd brengt Matena deze figuur die de brief leest in beeld, zodat de lezer er op tijd en stond aan herinnerd wordt dat het effectief om een brief gaat.

Matena heeft in de strip 'Kaas' het hoofdpersonage Frans Laarmans het hoofd van schrijver Willem Elsschot gegeven. De striptekenaar deed dit omdat hij het hoofdpersonage onlosmakelijk verbonden acht met de schrijver van de roman in kwestie. Of dit al dan niet terecht is, blijft nog maar de vraag. Zijn tekeningen zijn in ieder geval geslaagd en de grijs-zwarte kleuren geven het verhaal een cachet met een knipoog naar het verleden. 'Kaas' speelt zich af in het Antwerpen van de jaren '30 en de tekeningen geven een heel waarheidsgetrouw straatbeeld van deze havenstad.

Matena's tekeningen zijn van een onschatbare waarde - het hoeft niet gezegd dat een vluchtige blik op dit zorgvuldig gemaakte en goed doordachte werk gewoonweg niet volstaat. De manier waarop verschillende emoties - gaande van o.a. trots, blijdschap, vernedering, onzekerheid tot koppigheid - in de tekeningen verwerkt zijn door Matena zijn subliem. Dit maakt elke tekening het zorgvuldig observeren waard. Dit was ook de mensen van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen niet ontgaan. In het kader van het Elsschotjaar worden op deze locatie namelijk een 219-tal tekeningen uit 'Kaas' tentoongesteld. Matena liet uitschijnen dat hij ook graag ander werk van Elsschot zou willen verstrippen, met voorkeur 'Lijmen / Het been' en 'Dwaallicht'. Wij kunnen dit alleen maar toejuichen! (Els Hesemans - Cutting Edge)

'Je komt in een soort trance terecht als je het werk van Matena tot je neemt. Dat is een kwaliteit die ik in geen andere strip ben tegengekomen.' Joost Swarte

dinsdag 16 maart 2010

IN ONGENADE - J.M. COETZEE - ROMAN

Niets moet ik weet het wel, maar toch móet iedereen dit boek ooit gelezen hebben. Iedereen die ik verplichtte het te lezen is achteraf blij. Bikkelhard en bloedmooi. Veel meer hoeft daar niet over gezegd. Moet het dringend nog eens herlezen, trouwens.

John Maxwell Coetzee (1940) werd geboren in Kaapstad maar studeerde in Texas. Hij werkte enkele jaren als computerprogrammeur in Groot-Brittannië en doceerde daarna Engels in New York. Zijn schrijversdebuut, "Schemerlanden" kwam er in 1974. Net geen tien jaar later won hij zijn eerste grote literaire prijs voor "The Life and Times of Michael K". Hij zou de Booker Prize nog een tweede keer winnen, in 1999 - een unieke prestatie. Toch vermeed de mediaschuwe auteur consequent alle publiciteit rond deze stunt. Ook toen hij in 2003 de Nobelprijs voor de Literatuur won bleef hij in de mate van het mogelijke uit de spotlichten. Tegenwoordig is Coetzee Australisch staatsburger en geeft hij les in Australië en in de Verenigde Staten.

Met "Disgrace" (1999) viel Nobelprijswinnaar Coetzee ook echt in ongenade, zowel in thuisland Zuid-Afrika als in andere landen. In de roman wordt de blanke dochter van een professor die zelf geen zuiver geweten heeft verkracht door drie zwarte mannen. Het slachtoffer ervaart de aanval als een rechtvaardige inlossing van een historische schuld, tot groot onbegrip van haar vader. Veel critici vonden dat het boek de raciale verhoudingen in Zuid-Afrika verder bemoeilijkte en problematiseerde, terwijl literatuur net zou moeten bijdragen tot betere relaties. (Ruth Joos)

De roman begint als het hoofdpersonage van het boek - David Lurie, hoogleraar, gescheiden van zijn Nederlandse vrouw - ontslagen wordt vanwege zijn relatie met een dertig jaar jongere studente. Voor de Onderzoekscommissie van de universiteit bekent de weinig communicatieve Lurie schuld, maar hij weigert zijn excuses aan te bieden.

Het ontslag van Lurie is nog maar het begin van zijn val. Hij besluit zich terug te trekken op de boerderij van zijn dochter Lucy. Dat gaat goed tot drie zwarten de woning binnendringen, Lurie bij de roofoverval zwaar molesteren en Lucy verkrachten. Dat Lucy achteraf weigert om klacht in te dienen tegen de geweldenaars, die in hun omgeving geen onbekenden zijn, gaat er bij Lurie - net zoals bij de meeste lezers wellicht - niet in. Tegenover het onvermogen van de vader om in te zien dat de machtsverhoudingen (tussen blank en zwart, maar ook tussen man en vrouw) fundamenteel zijn veranderd, staat de extreme bereidheid van de dochter om alles op te geven als zo een nieuwe modus vivendi mogelijk wordt. (
Michaël Bellon - De Standaard)

Het boek is verfilmd (Disgrace) in 2008 door Steve Jacobs. Soms wordt een acteur – al heeft hij het niet nodig – een handje geholpen door de natuur. John Malkovich bijvoorbeeld heeft het perfecte uiterlijk voor professor David Lurie. Hij heeft onmiskenbaar iets intelligents. Maar door zijn bijna kale kop lijkt zijn hoofd opeens groter, zijn oren steken wat lompig uit. Alsof er niets meer te verbergen valt: het legt de verbeten trek die hij rond zijn mond laat spelen, de geklemde kaken genadeloos bloot. (Floortje Smit)


Met dank aan Tom Lanoye voor de boekentip.


zaterdag 6 februari 2010

HET DINER - HERMAN KOCH - ROMAN

In 'Het diner' (Anthos), de nieuwe Herman Koch (als u 'm niet kent van zijn vorige boeken, dan misschien wel van 'Jiskefet'), zitten we driehonderd bladzijden lang gevangen in een niet nader genoemd Nederlands restaurant. Het gezelschap: de verteller, samen met zijn vrouw, zijn broer (die onhoudbaar op weg is om bij de volgende verkiezingen de nieuwe minister-president van Nederland te worden) en zijn schoonzus.

Er wordt gedineerd onder hoogspanning: de vier zijn samen om te praten over hun kinderen - beide echtparen hebben een zoon van vijftien. Die hebben de dood van een dakloze op hun geweten, maar over meer dan wat vage beelden van een bewakingscamera beschikken de speurders niet.

De ouders zijn wél op de hoogte, en terwijl Koch zich amuseert met een ingenieus gecomponeerde plot, wordt zijn verteller door de ene na de andere indringende vraag bezocht. Moeten de twee echtparen alles toedekken, of hun zonen gaan aangeven? Zijn ze zelf, als ouders, verantwoordelijk? In hoeverre is agressie genetisch bepaald? En is dit dan de onherroepelijke versplintering van Het Gelukkige Gezin?


Zware kost, zeer zeker, maar ook de satiricus Koch is er nog: in hilarische passages rekent hij cassant af met de hypocriete uitwasjes waar chique restaurants in gespecialiseerd zijn, en terloops ondergraaft hij ook de lamlendige schone schijn waarachter toppolitici zich verbergen. Maar het beladen onderwerp verdwijnt nooit van de pagina's: er valt wat te grinniken, maar het is lachen met de handrem op.

Dat dit boek een pageturner is waar je desnoods een nachtje slaap voor laat, is te danken aan het thrillerachtige opzet en de intelligent geïnstalleerde spanningsboog. Dat het tot verhit nadenken aanzet, aan de zorgvuldig gewogen morele dilemma's die de auteur opwerpt. En dat dit een boek is dat je méédraagt, eentje dat nerveus blijft rondwandelen in je hoofd, is te danken aan dat unheimliche sfeertje dat Koch in zijn zinnen gezogen heeft. De doorlopende suggestie van geweld en de alomtegenwoordigheid van angst als motor voor de hele poppenkast maken dat je je als lezer hoogst oncomfortabel gaat voelen. Zoals in het echte leven, quoi. Herman Koch heeft een huiveringwekkend goed boek geschreven. (jm - HUMO)

Een schitterend boek, een prima roman, een aanrader!

dinsdag 19 januari 2010

DE WINTERREIS - AMELIE NOTHOMB - ROMAN

De winterreis is het verhaal van Zoïle, een man bij wie de stoppen doorslaan als hij wordt afgewezen. Hij werkt in Parijs als consulent voor een groot energiebedrijf. Bij een van zijn huisbezoeken komt hij in contact met een uiterst zwijgzame vrouw, Aliènor genaamd, de schrijfster van de roman Losse flodders. Gelukkig is haar begeleidster, de bekoorlijke Astrolabe, toegankelijker. Zij brengt het hoofd van Zoïle op hol. Wat echter het begin lijkt van een romantische verhouding, draait uit op een emotioneel schaakspel met een naar einde. Overweldigd door walging neemt Zoïle een radicaal besluit. Hij zal zelfmoord plegen en wil zoveel mogelijk mensen mee de dood in sleuren.

De winterreis is een verbluffende roman die ons allen in het hart zal raken. We doen wel of we de wijsheid in pacht hebben en de poortwachters van de beschaving zijn, maar o wee als we tegenslag kennen. Zijn we wel bestand tegen het leven? Of vluchten we liever, in de liefde of de wanhoop, om het even? En is de liefde niet overschat? Volstaat het niet om haar te geven?

Amélie Nothomb gaat in De winterreis op ontdekkingstocht langs de duistere kanten van het hedendaagse leven. Volg de gids! (Meulenhoff/Manteau)

‘De winterreis’ is opnieuw een Nothomb die in één ruk uit te lezen is. Niet enkel wegens de vlotte leesbaarheid, maar vooral ook door de 149 schamele pagina’s, die rechtstreeks uit de groteletterbibliotheek weggeplukt lijken te zijn. Sommige pagina’s lijken zeer toepasselijk op een winters sneeuwlandschap. Personages zijn stuk voor stuk bijzondere, vreemde creaturen, waardoor het hele verhaal een surreëel tintje krijgt en de betrokkenheid van de lezer in de kiem gesmoord wordt. De laatste passage van de roman wordt snel afgehaspeld, waardoor het einde teleurstellend kort en onafgewerkt lijkt. Jammer, maar toch draaien we niet onbevredigd de laatste bladzijde om. Het nieuwe jaar is begonnen, we zijn klaar om de volgende Nothomb te consumeren. (Laura Baert – Cutting Edge)

Is De winterreis nu een Nothomb van een goed jaar? Niet bijzonder, al mag de schrijfster na het zwakke Champagne! weer een bank vooruit. Haar aforismen zijn op dreef, haar personages zijn even maf als hun namen, maar trouw aan de cru van vorig jaar is ze weer het slot vergeten. Was de inspiratie op, heeft Nothomb niet genoeg sterke thee gezet, of heeft ze er plezier in om de lezers in verwarring achter te laten? De winterreis is een beetje déjà lu, maar zwaar op de maag ligt de teleurstelling niet. Elke Nothomb is op zijn minst een snoepje, en haar fans weten het: er komt altijd een volgend jaar. (Alexandra De Vos – De Standaard)

Ik ben een onvoorwaardelijke fan van Amélie Nothomb. Ik hou van haar persoonlijkheid, haar stijl en haar bizarre personages. Ik ben verlekkerd op het formaat en de bladspiegel van haar boeken. Gastronomie voor de geest.


dinsdag 12 januari 2010

DE VOORLEZER - BERNHARD SCHLINK - ROMAN

Michael Berg, een jonge Duitse scholier, raakt geobsedeerd door Hanna, een tramconductrice die tweemaal zo oud is als hij. Ze geven zich hartstochtelijk aan de liefde over en daarna leest hij haar telkens voor, het ene boek na het andere, de hele wereldliteratuur. Maar van de ene dag op de andere is zij verdwenen waarna ze in zijn herinnering blijft rondspoken, tot hij haar terugziet op een plaats waar hij haar nooit had verwacht.
De voorlezer heeft wereldwijd miljoenen lezers gevonden en is inmiddels een moderne klassieker geworden. (Uitgeverij Cossee B.V.)

'Hanna draaide zich om en keek me aan. Haar blik vond me meteen, en zo merkte ik dat ze al die tijd had geweten dat ik er was. Ze keek me simpelweg aan. Haar gezicht vroeg om niets, smeekte om niets, verzekerde of beloofde niets. Het bood zich aan. Toen ik onder haar blik rood werd, keerde ze zich van mij af en wendde zich weer tot de rechtbank.'

Ik houd van de waarheid die alleen door verhalen kan worden overgebracht, zei de Duitse schrijver en rechtswetenschapper Bernhard Schlink eens. Soms biedt een verhaal meer inzicht dan welke wetenschappelijke verhandeling of theorie ook. Tussen de juridische artikelen door - en na een reeks succesvolle misdaadromans - publiceerde hij in 1995 Der Vorleser, een kleine roman over de liefde van een schooljongen voor een oudere vrouw met een verborgen oorlogsverleden. Het eenvoudig gestileerde en ontroerende verhaal, dat zich onder andere liet lezen als een parabel over schuldgevoel en verwerking van de nazi-tijd, raakte een gevoelige snaar in Duitsland. Schlink was bepaald niet de eerste literator die zich met zogeheten Vergangenheitsbewältigung bezighield, maar hij werd wél een van de succesrijkste.
Honderdduizenden Duitsers lazen Der Vorleser, waarna het boek in meer dan twintig landen in vertaling uitkwam en hogelijk werd geprezen. (Pieter Steinz - NRC Handelsblad)

Verfilmd door Stephen Daldry (Oscarnominatie The Hours, Billy Elliot) als ‘The Reader’. Kate Winslet, Ralph Fiennes, David Kross, Lena Olin en Bruno Ganz spelen de belangrijkste rollen in deze film.