In de verrukkelijke roman Antichrista neemt Amélie Nothomb ons mee naar een van haar lievelingsthema's bij uitstek: de vriendschap tussen twee jongvolwassenen. Wat begint als een veelbelovende vriendschap tussen de timide enigszins kleurloze zestienjarige Blanche en de exuberante zelfbewuste Christa, verandert al gauw in een uitputtende strijd waarin Christa vastbesloten lijkt Blanche te vernederen en te domineren. Blanche wordt heen en weer geslingerd tussen gevoelens van haat en bewondering, teleurstelling en minachting. De intrigante Christa drijft zelfs een wig tussen Blanche en haar ouders. Op het dieptepunt van haar ellende besluit de anders zo verlegen Blanche te handelen en haar kwelgeest te overrompelen.
Als geen ander slaagt Amélie Nothomb erin om de verrukkingen en verschrikkingen van de adolescentie bloot te leggen. Haar dialogen zijn messcherp en in de beproevingen die Blanche, die zich zo graag bemind wil weten, ondergaat, zal menig jongere zich herkennen. Hoe onwaarschijnlijk de intriges van Amélie ook lijken en hoe verwonderend haar dialogen ook mogen zijn, als geen ander legt ze de fundamentele eenzaamheid van elke mens bloot.
Blanche is zestien jaar,enig kind, woont bij haar ouders en is juist gestart aan de universiteit van Brussel. Ze is jonger dan de meeste van haar studiegenoten, ze is altijd op haar eentje, heeft geen vrienden en heeft het gevoel nergens bij te horen.
Blanche verwoordt het als volgt:
Ik was zestien. Ik bezat niets, noch materieel noch spiritueel. Ik had geen vrienden, geen lief en had nog niets meegemaakt. Ik had geen besef van hoe het leven was en twijfelde of ik wel een ziel had. Mijn lichaam was mijn enige bezit.
J'avais seize ans. Je ne possédais rien, ni biens matériels ni confort spirituel. Je n'avais pas d'ami, pas d'amour, je n'avais rien vécu. Je n'avais pas d'idée, je n'étais pas sûre d'avoir une âme. Mon corps, c'était tout ce que j'avais.
(I was sixteen. I had nothing, neither material goods nor spiritual comfort. I had no friends, no lover, I hadn't experienced anything. I had no idea, and I wasn't sure I had a soul. My body, that's all I had.)
Het boek(je) telt 127 pagina's, leest als een trein en houdt je in de ban. Ideaal voor een zondagnamiddag.
1 opmerking:
Genoteerd.
Wat mij trof, was het zinnetje: "Blanche rest slechts het hardnekkige gevoel onzichtbaar te zijn".
Ik denk dat dat voor veel tieners zo is, al geven de meesten net de omgekeerde indruk.
Hoewel dit zinnetje naar mijn gevoel hier een negatieve bijklank heeft, vond ik het (toen) zelf absoluut niet erg onzichtbaar te zijn, integendeel, ik deed er mijn uiterste best voor zo onzichtbaar mogelijk te zijn.
Een reactie posten