NIEUWS     VERKEER      CULTUUR      WEER     SPORT     CONTACT         

zaterdag 28 november 2009

'ONS' EN 'HUN' NEDERLANDS - KRISTIEN HEMMERECHTS


‘Strijd mee tegen onnodig Engels. Blijf zeiken!’
De slogan staat op een kaartje met een afbeelding van onze nationale trots: Manneke Pis. Ik zag het in één van de standjes op het congres van Onze Taal in Utrecht. Dat Genootschap werd in 1932 opgericht ter bestrijding van de zorgwekkende invloed van het Duits op het Nederlands. De tijden kunnen veranderen.

Martine Tanghe presenteerde en ik gaf één van de lezingen, wat zorgde voor een innig backstage moment van Vlaamse solidariteit in die zee van wel dertienhonderd Nederlanders. En is het niet absurd, zo zeiden we, dat dit congres niet afwisselend in Vlaanderen en Nederland wordt georganiseerd? Of is het Nederlands al niet meer ‘onze’ taal?

Verschillen

Over die verschillen tussen ‘ons’ en ‘hun’ Nederlands ging mijn lezing. Die begon zo:
Terug. Hij kan al terug lopen. Grammaticaal gesproken kun je je nauwelijks een eenvoudiger zinnetje voorstellen. En toch geeft het aanleiding tot grote misverstanden. Een Nederlander begrijpt het ‘terug’ als ‘naar het punt van uitgang’. Een Vlaming zal ‘terug’ hier hoogstwaarschijnlijk interpreteren als ‘opnieuw’. De man heeft een tijdje niet kunnen lopen, maar nu lukt het hem opnieuw. Hij kan het weer. Terug dus.

Ook met dat ‘lopen’ is het uitkijken. Een lopende Vlaming is een rennende of hardlopende Nederlander. Ik ga geregeld met vrienden stappen. Dan trekken we stevige schoenen aan om een dagtocht te maken. Maar Nederlanders denken dat we van de ene kroeg naar de andere zwalken.
Een Nederlandse zei tegen me: ‘ik voelde me daardoor aangesproken’. Uit de context maakte ik op dat ze bedoelde: ik voelde me daardoor ‘beschuldigd’, ‘met de vinger gewezen’. Mij klonk het in de oren als: het spreekt me aan, het bevalt me.

Je kunt zo een tijdje doorgaan. ‘Doorgaan’ is trouwens ook een interessante. Als een Vlaming zegt: ik moet doorgaan, is de kans groot dat hij bedoelt: ik moet ervandoor; ik moet weg. Een Nederlander bedoelt precies het tegenovergestelde.

‘Belgisch Nederlands’

Mijn Nederlandse corrector vindt het nodig om bij het woord ‘kot’, zoals in ‘studenten die op kot zitten’, te noteren: Belgisch Nederlands. Goed dat ze me daar attent op maakt! Van nogal wat uitdrukkingen meldt ze: ‘m.i. is dit voor een Nederlandse lezer niet duidelijk’, waarop ik reageer met: ‘dat die Nederlandse lezer zich dan maar een beetje aanpast’. De volgende uitdrukkingen zijn blijkbaar niet bekend in Nederland: ‘er het hart van in zijn’, ‘de daver op het lijf hebben’, ‘dat potje gedekt houden’, ‘het spek aan je been hebben’, ‘in de prijzen vallen’. Mijn zin: ‘Van wandelingen kwam er die keer niets in huis’ verbetert ze tot: ‘Van wandelingen in huis kwam er die keer niets’.

Oerdegelijk Vlaams

Haar ijver heeft me doen inzien dat er dringend een onderscheid moet worden gemaakt tussen correct, oerdegelijk Vlaams, zoals ‘ze hebben het niet onder de markt’ – een uitdrukking die Nederlanders niet kennen en ook niet verstaan, en Belgisch Nederlands, waaronder ik fouten zou klasseren die aanvaard worden omdat ze massaal worden gemaakt, zoals ‘terug’ in plaats van ‘weer’, of ‘tramsporen’ voor ‘tramrails’, ‘rond punt’ voor ‘rotonde’, ‘beroep doen op’ in plaats van ‘een beroep doen op’, ‘wachtzaal’ in plaats van ‘wachtkamer’, ‘wegenwerken’ in plaats van ‘wegwerkzaamheden’, en misschien zelfs ‘snel rijden’ in plaats van ‘hard rijden’, ‘op de trein zitten’ in plaats van ‘in de trein zitten’, enzovoort.

Ik vind eigenlijk niet dat fouten moeten worden ont-fout omdat iedereen ze maakt. Daarmee institutionaliseer je luiheid en nonchalance. Je moet de rijkdom van het Vlaams bewaren en omhelzen. Maar de slordigheid en contaminaties waaraan nogal wat Vlamingen zich bezondigen, moet je weren. Vind ik.

Wat andere Vlamingen of Nederlanders over de kwestie vonden kwam ik die dag niet te weten. Het genootschap voorzag geen tijd voor vragen of tegenwerpingen. Alleen voor applaus. Dat was warm en langdurig. Het doet wel eens deugd om even niet tegengesproken te worden. Even. Maar ga hier gerust uw gang. (deredactie.be)


vrijdag 27 november 2009

THE MUPPETS - BOHEMIAN RHAPSODY



Schitterend!

donderdag 26 november 2009

EERLIJKE VINDER - JEAN-PAUL MULDERS


Bankkaart verloren. Gisteren was ze er nog, toen ik uit de snoepautomaat een reep Côte d'Or met nootjes haalde, maar nu is ze onverbiddelijk weg. Portefeuille binnenstebuiten gekeerd, mezelf gefouilleerd, zucht. De hulpeloosheid die mij dan overvalt, voert terug naar schoolreizen van weleer, toen brooddozen reddeloos verloren bleken en je zelf niet in de auto kon stappen om naar huis terug te keren, maar was aangewezen op de goodwill van meester Oswald in wiens neus je eigenlijk zat - zoals ze bij ons zeiden.

Bankkaart verloren dus, parti. De geëigende procedure is dan naar Card Stop te bellen. Daar krijg je natuurlijk niet direct een mens van vlees & bloed aan de lijn, maar moet je je eerst een weg banen door een oerwoud van spoorwegtekens & muzakjes. Uiteindelijk slaag ik erin mijn kaart te blokkeren. Niet dat ik daar vrolijk van word. Pas als je zonder bankkaart zit, besef je wat een mens zonder geld in deze wereld is, te weten : niets. Op slag ben je een paria, voor wie zelfs een tramkaartje onbereikbaar is.

's Anderendaags dus eerste ding in de ochtend naar de bank, een plek waar ik mij even erg thuis voel als een Afrikaanse bosolifant in de opperbol van het Atomium. De steriliteit van procenten, de folders vol woorden die ik maar half snap, de vrouw met blonde paardenstaart en killerblik : het is mijn biotoop niet. Ik ben meer een mens van victoriaanse tijden, van rood fluweel en duisternis en hier en daar een flard mist, van bladgoud en absint en gloeiende kachels en zo nog een paar dingen die je in het doorsneefiliaal van Fortis zelden vindt.

Het schiet niet op aan het loket, het madameke voor mij verzint telkens een nieuwe vraag om het sociaal contact te rekken, het laatste dat haar misschien rest. Ik verplicht mijzelf geen ongeduld te laten merken en krijg al een aureooltje boven mijn kop, als ze eindelijk weggaat en de bediende vanachter zijn loket een bordje tevoorschijn tovert met daarop het woord gesloten. Hij verwijst mij door naar het volgende loket, waar ik uiteraard op een verse rij wachtenden bots. Als ik opnieuw aan de beurt ben - we zijn inmiddels een klein kwartier verder - vertel ik de vrouw achter het loket dat mijn bankkaart foetsie is.

De vrouw, zo een die je eerder op een quotiteit dan op een uitspatting zult betrappen, kijkt zorgelijk naar mij.

"U heeft dus een nieuwe kaart nodig", stelt ze met verbluffend inzicht vast. "U weet dat u dat acht euro gaat kosten ?"

"Dat wist ik niet", geef ik toe, "maar verwonderen doet het mij evenmin. Ik zou er méér van hebben opgekeken mocht het gratis zijn gebleken."

Ze meet mij, met een onpeilbare blik die doet denken aan kabeljauw in de grote, grijze zee.

"Er moeten putten gevuld worden, is het niet ?" waag ik het eraan toe te voegen.

"Ik denk niet dat een nieuwe kaart ooit gratis is geweest, mijnheer", zegt ze zakelijk.

"Ik denk het ook niet", beaam ik. "Vroeger moesten er megawinsten worden gerealiseerd, die nu met de noorderzon zijn verdwenen."

Ze zwijgt. Ruik ik een vleug schaamte?

"Dat kan ú natuurlijk niet helpen", zeg ik, met een lachje waarin Wiedergutmachung ligt.

"Ik werkte hier toen nog niet", voegt ze er overbodig aan toe. Alsof zij anders in haar eentje wel orde op zaken had gesteld.

Ze overhandigt mij mijn nieuwe kaart, een rode ditmaal, wat niets betekent want de kleur rood heeft elke strijdvaardigheid verloren. Rood is zo hol geworden als de slogans van banken die vragen wat ze voor ú kunnen doen.

Op het werk aangekomen, blijkt mijn oude kaart alsnog opgedoken. Ze lag op de parking, zomaar op de natte grond. Ze wordt mij netjes terugbezorgd, zelfs het protonsaldo van honderd euro staat er onaangeroerd op. Het is fijn om zoiets mee te maken. Hier moet De Eerlijke Vinder aan het werk zijn geweest, bedenk ik glimlachend. Dezelfde gezichtsloze mens die ik onlangs tegenkwam in de krant, toen hij de 2,8 miljoen euro had teruggegeven die hij per abuis aantrof in de lift van een bank.

En zeggen dat ik toen nog met de tanden heb geknarst.

Reacties : jp.mulders@skynet.be

woensdag 25 november 2009

dinsdag 24 november 2009

LIEFDE OVERWINT ALLES!


"Ik zou ervan braken!" Een veel gehoorde zin in mijn (werk)omgeving. Ik probeer hem zo weinig mogelijk uit te spreken.
Ik zou braken van het 'geleuter' over de Staatshervorming en Brussel-Halle-Vilvoorde, van de Palestijnse Kwestie waar een oplossing verder weg lijkt dan ooit, van het gezaag van mensen die alles hebben, van de verbroken schorsing van rechter De Tandt, van de zoektocht naar de 'blonde' van K3.

Tijdens het braken viel mijn oog op een videofragment op de site van de Vrt: 'Vermeende comapatiënt is bij bewustzijn'

De 46-jarige Rom Houben uit Zolder raakte 23 jaar geleden betrokken in een zwaar verkeersongeval. Sindsdien lag hij in een coma. Althans, dat dachten de dokters toch. Want eigenlijk was de man al die tijd gewoon bij bewustzijn.


Houben werd na het ongeval verlamd, en kon al die jaren de dokters niet duidelijk maken dat er niets mis was met zijn hoofd. De ingenieursstudent hoorde zelfs hoe artsen na diverse onderzoeken vaststelden dat hij alleen nog maar als een plant door het leven zou gaan.

Toen een tijdje geleden echter nieuwe scans werden uitgevoerd met geavanceerde apparatuur bleek dat hij gewoon bij bewustzijn was.
"Het was een soort tweede geboorte", vertelt hij. Na heel wat therapieën kan hij nu via een computerscherm boven zijn bed korte berichtjes schrijven. "Ik heb gewoon 23 jaar een beetje liggen dagdromen. Het is niet te beschrijven hoe frustrerend het is om niet te kunnen uitschreeuwen dat je gewoon bij bewustzijn bent". De man zal altijd in een verzorgingstehuis moeten wonen maar is dolblij dat hij nu weer boeken kan lezen en kan communiceren met zijn vrienden. (bdr)

De moeder van Rom is altijd in haar zoon blijven geloven. In het videofragment zegt ze: "Hij is helemaal niet depressief. Hij vindt het leven de moeite waard." Daar krijg ik koude rillingen van.

De liefde van de moeder voor haar zoon is ontroerend. Het doet me beseffen dat, als je één iemand hebt die voor je zorgt, die je koestert, die er altijd is, die je steunt door dik en dun, die je nooit aan je lot overlaat, kortom iemand die je heel graag ziet, dan ben je een gelukzak.

Aan Rom en zijn moeder beloof ik dat ik me nooit meer zal ergeren aan banale dingen.

maandag 23 november 2009

VOOR MEKAAR - HERMAN DE CONINCK

Vroeger hield ik alleen van je ogen.
Nu ook van de kraaiepootjes ernaast.
Zoals er in een oud woord als meedogen
meer gaat dan in een nieuw. Vroeger was er alleen haast

om te hebben wat je had, elke keer weer.
Vroeger was er alleen maar nu. Nu is er ook toen.
Er is meer om van te houden.
Er zijn meer manieren om dat te doen.

Zelfs niets doen is er daar één van.
Gewoon bij mekaar zitten met een boek.
Of niet bij mekaar, in 't cafè om de hoek.

Of mekaar een paar dagen niet zien
en mekaar missen. Maar altijd mekaar,
nu toch al bijna zeven jaar.


Uit: De gedichten


zaterdag 21 november 2009

CHOPIN PIANOCONCERTO NO. 1 - MARTHA ARGERICH




Chopin werd in de buurt van Warschau geboren op 1 maart 1810. Zijn vader was echter een rasechte Fransman uit Lotharingen die in de Poolse hoofdstad leraar Frans was, aanvankelijk privé, later aan het stedelijk lyceum.
Chopins moeder was een Poolse, en speelde volmaakt piano. Hun huwelijk scheen zeer geslaagd te zijn, en Frédéric was de enige zoon naast drie dochters. In het gezin werd regelmatig gemusiceerd, en al snel bleek uit de jonge Frédéric een wonderkind te groeien, niet alleen op muzikaal gebied. Ook in mime, karikatuurtekenen en briefschrijven was hij briljant.

Gelukkig voor hem had hij verstandige ouders, die zijn vroege begaafdheid niet exploiteerden en in de eerste plaats goede leraars voor hem zochten (en vonden): Zywny en Elsner. Zij raakten zo weinig mogelijk aan de originele stijl, en beseften dat het hier volstond een technische en theoretische basis mee te geven.

Ondanks zijn zwakke gezondheid besluit Chopin, na het eindexamen aan het gymnasium zich nog uitsluitend op muziek toe te leggen. Op zijn negentien geeft hij Wenen enkele concerten, en wanneer hij in 1830 nogmaals vertrekt voor een tournee, breekt de Poolse opstand uit en kan hij niet meer terug naar het vaderland. Hij vestigt zich in Parijs, waar hij opgenomen wordt in de hoogste salonkringen. (lees verder)


vrijdag 20 november 2009

CATHERINE ASHTON: COMPETENT, CHARISMATISCH EN EEN VROUW


"Am I an ego on legs? No I'm not. Do I want to be seen as saying everything all the time? No I don't. Judge me on what I do and I think you'll be pleased and proud of me."

Historische woorden van de pas verkozen Barones Catherine Ashton. Als minister van Buitenlandse Zaken vervangt ze de Spanjaard Javier Solana, maar ze krijgt veel meer bevoegdheden. Zo wordt ze ook vice-voorzitter van de Europese Commissie, naast voorzitter José Manuel Barroso.

Ik zal het hier even niet hebben over Herman Van Rompuy, daar is al genoeg inkt over gevloeid, maar over mevrouw Catherine Ashton. Tot haar verkiezing gisteren, kende ik haar van haar noch pluimen.

Haar bovenvermeld 'statement' van nog geen tien seconden maakte gisteravond een verpletterende indruk op mij. Dat is eens wat anders dan een 'haiku' van drie thuiskomende golven op het strand.

Heel belangrijk is ook het feit dat het een vrouw is. Deze week hoorde ik in het zeven uur journaal op één de bedroevende statistieken over de vertegenwoordiging van vrouwen in de Raden van Bestuur van beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde bedrijven. Ik pleit voor meer vrouwen aan de macht.

Van haiku's heb ik geen verstand. Toch probeer ik er een uit mijn mouw te schudden als eerbetoon aan Catherine Ashton.

Baroness Ashton
noble and intelligent
bright wise Lady



donderdag 19 november 2009

VARKENS BIJ DE HORENS VATTEN - JEAN-PAUL MULDERS


Zo oud als vandaag ben ik niet eerder geweest. De gedachte bekruipt mij domweg als ik in het krakende liftje sta, waarin ook een spiegel is aangebracht, voor het gemak van zij die 's ochtends haastig nederdalen. Toch ben ik nog lang niet zo oud als die andere man, die al een halve eeuw in ditzelfde appartementsgebouw woont : mijnheer Schiettecatte. 92 is hij, precies zo oud als de slag om Passendale. Bang voor de Mexicaanse griep, maar nog banger voor de dokter. Als ik hem tegenkom, mompelt hij af en toe enkele woorden van wijsheid, hoewel dat nooit diepe wijsheden zijn maar altijd praktische dingen, zoals de beste manier om radiators te ontluchten. Soms hoop ik dat de oude man mij zal vertellen waarom wij hier zijn, maar dat is natuurlijk ijdele hoop, want hoewel mijnheer Schiettecatte oud is, behoort hij tot de levenden, en van de levenden is er geen die het echt weet. Ook niet de bisschop of de imam, ondanks de stelligheid waarmee zij verkondigen.

Soms denk ik dat zij het nu weet, zij die boterhammen met liefde in mijn brooddoos stopte. Zij die nu alweer twee kille herfsten aan de overkant is, daar waar geen Buderusketels of dubbelwandige schoorstenen wachten. Soms denk ik dat zij daar opeens zal staan en dat ik zal zeggen : ik heb nog wreed veel aan je gedacht, en dat zij dan zal lachen, mooier dan zij bij leven kon lachen, en dat zij mij alles uit zal leggen en dat het magnifieker zal zijn dan ik ooit had gedacht - en ook een beetje kitscherig, want zij hield van bladgoud en bleke meubelstukken.

Soms word ik in het appartementsgebouw bezocht door het langverwachte meisje. Wij drinken dan thee met tijm of gember en voeren lange gesprekken. Soms hoor ik haar in de andere kamer lachen om iets wat op televisie wordt gezegd. Als de ruiten bewasemen, verschijnt onverwacht weer het hartje dat ik vorige winter met mijn wijsvinger in de waterdamp trok. De poetsvrouw begrijpt mijn terughoudendheid niet, als zij vraagt of het geen tijd wordt om eens de ramen te wassen.

Soms ook word ik bezocht door mijn dochter, die reeds al de namen van haar vingers kent. Zij houdt van pitloze druiven en ook al een beetje van Bob de Bouwer. Zo teder strekt de commercie haar klauwen uit.

Soms ook ben ik hier geheel alleen. Ik dwaal dan door de kamers en de gangen alsof die eindeloos waren, ontlucht hier een radiator, hang daar een lijst recht en geef ook de planten af en toe water, wat mij voldoening schenkt. Soms bereid ik voedsel, soms stoor ik mij aan berichtgeving in de krant. 'Laurent laat lievelingshond met haardroger ontdooien'. Soms denk ik dat ik zou moeten investeren in plaats van werkeloos op het lengen der dagen te wachten.

Soms plak ik een nieuwe foto tegen de muur van het kleine toilet, waar het altijd warm is en geborgen. Lemmy van Motörhead, extatisch zijn gitaar bewerkend. De jonge Winston Churchill, met buishoed en guitige blik. Auto's die in het New York van 1941 stoppen voor een eend die de straat overwaggelt. Mijn laatste aanwinst is het eerste tekenstrookje van Jommeke, zoals dat lang geleden in 't Parochieblad stond.

Soms word ik naar buiten gedwongen. Ik zie nummerplaten als BIG en AIE en SUX. Een fermette met karrenwiel en zonnepanelen. Mensen met kledingstukken waarop in koeien van letters Bikkembergs staat, en GUESS ? Ik heb er het raden naar waarnaar ik moet raden. Zelf beweeg ik mij zo labelloos mogelijk door de straten. Er valt 'een spatje neerslag', zoals het weerbericht eufemistisch heeft voorspeld. Ik zie een hond met roze en gezwollen spenen, low profile dribbelt hij voort, schuldbewust zou men haast zeggen. Alsof hij zich schaamt voor de eigen gedrochtelijkheid.

In café De welgekende sneppe zitten groezelige mannen achter glazen boterhammen. 'Welkom in Gent', staat op de parkeermeter te lezen. 'Betalend van 9 tot 24 uur.' Ik grinnik en wandel doelgericht verder, als een die andere koeien te wassen heeft en varkentjes bij de horens te vatten.

Reacties : jp.mulders@skynet.be


woensdag 18 november 2009